Okselklierverwijdering bij borstkanker (lymfeklierdissectie)

St. Anna Logo

Uw chirurg heeft met u besproken dat binnenkort bij u een okselklierverwijdering plaatsvindt (ook wel okselklierdissectie of okselkliertoilet genoemd). In deze folder leest u hier meer over.

Hoe verspreidt borstkanker zich

Het lymfestelsel bestaat uit lymfevaten en lymfeklieren. De lymfeklieren werken als een zuiveringsstation: ze maken bacteriën en virussen en andere ziekteverwekkers onschadelijk. Ook kunnen de lymfeklieren in de oksel kwaadaardige cellen filteren en vasthouden.

Als borstkanker zich verder in het lichaam verspreidt, gaat dit meestal via de lymfeklieren in de oksel van de aangedane borst.

Daarom worden alle lymfeklieren uit de oksel met het omliggende vetweefsel (bij u) verwijderd. Dit in tegenstelling tot de schildwachtklierverwijdering. Zie voor meer informatie de folder “Schildwachtklieronderzoek en -verwijdering”.

De verwijdering van de lymfeklieren uit de oksel kan op meerdere momenten tijdens uw behandeling plaatsvinden:

  • Tegelijk met de borstoperatie: als tijdens de diagnostische fase door middel van een punctie is gebleken dat er kwaadaardige cellen in de okselklieren zitten.
  • Als u niet in aanmerking komt voor een schildwachtklierverwijdering. 
  • Als na een schildwachtklierverwijdering blijkt dat sprake is van een aangedane lymfeklier (uitzaaiing). Ziekenhuisopname Bij een okselklierverwijdering moet u rekenen op een opnameduur van 1 dag en 1 nacht. In de folder ‘Informatie bij opname’ kunt u hier meer over lezen.

Ziekenhuisopname
Bij een okselklierverwijdering moet u rekenen op een opnameduur van 1 dag en 1 nacht.
In de folder ‘Informatie bij opname’ kunt u hier meer over lezen.

Wat gebeurt er tijdens de operatie

Infuus en drains
Tijdens de operatie krijgt u vocht via een infuus in uw arm toegediend.
Ook worden er één of twee dunne drains ingebracht. Een drain is een slangetje dat in het wondgebied is ingebracht, om overtollig wondvocht (bloed en lymfe) weg te laten vloeien in een vacuüm opvangsysteem.

Het verwijderen van de lymfeklieren
De ingreep vindt plaats onder algehele narcose. De chirurg maakt een snede van ongeveer 5 cm in de oksel en verwijdert de lymfeklieren en het omliggend vetweefsel. De huid wordt onderhuids gehecht.

De verwijderde lymfeklieren worden door de patholoog onderzocht.

Wat gebeurt er na de operatie

Infuus
Het infuus wordt verwijderd als u op de afdeling bent en u gedronken en gegeten heeft en niet (meer) misselijk bent. ‘s Ochtends na de operatie wordt er mogelijk nog bloed bij u geprikt, om te kijken of u niet teveel bloed bent verloren. Als de uitslag goed is, kan het infuus verwijderd worden.

Drain
In overleg met uw chirurg wordt bepaald wanneer uw okseldrain verwijderd mag worden:

  • dit kan al tijdens de opname gebeuren vóór uw ontslag; 
  • of er wordt een afspraak gemaakt met de mammacare verpleegkundige op de polikliniek om de drain daar te verwijderen na uw ontslag. Instructies hierover krijgt u op de afdeling. Tevens krijgt u de folder “Naar huis met een okseldrain” mee.

Wondvocht
Na het verwijderen van de drain kan een ophoping ontstaan van wondvocht (seroom) in het operatiegebied. Dit is niet verontrustend, maar kan wel vervelend zijn. Dit vocht kan worden weggezogen. Dit is meestal pijnloos, omdat het wondgebied nog gevoelloos is. Dit kan nog tot enkele weken na het verwijderen van de drain nodig zijn en gebeurt tijdens de controles op de polikliniek door de chirurg of de verpleegkundig specialist.

Ontslag
Bij ontslag krijgt u een afspraak mee bij uw chirurg en de mammacare verpleegkundige, 7 - 10 dagen na de operatie. Tijdens deze afspraak wordt uw wond gecontroleerd en krijgt u de uitslag van het weefsel dat is onderzocht.

De uitslag en informatie over nabehandelingen

Neem iemand mee
Breng zo mogelijk één van uw naasten mee naar de afspraak, waarin u de uitslag krijgt. Dit kan u helpen om thuis ook over uw ziekte en behandeling te praten.

De uitslag
De verwijderde lymfeklieren worden microscopisch onderzocht door een patholoog. Na 7 - 10 dagen is de uitslag hiervan meestal bekend en wordt deze besproken in een multidisciplinair team, dat onder andere bestaat uit de chirurg, internist-oncoloog, radiotherapeut, radioloog en patholoog.

Nabehandelingen
In het multidisciplinaire team wordt ook besproken welke aanvullende nabehandelingen voor u het beste zouden zijn. Het kan gaan om de volgende behandelingen:

  • bestraling (radiotherapie) 
  • hormonale therapie 
  • chemotherapie 
  • immunotherapie

Uw behandelend chirurg en mammacare verpleegkundige bespreken dit, indien nodig, met u tijdens de uitslag.

Gevolgen van de ingreep

De huid van de oksel, bovenarm en een deel van de borstwand wordt door het weghalen van de oksellymfeklieren geheel of gedeeltelijk gevoelloos.
Dit gebeurt omdat tijdens de operatie gevoelszenuwen beschadigd worden. Dit gevoel is meestal blijvend. Het is een dof gevoel wat u als prikkelend of schrijnend kunt ervaren. In de loop van de tijd verdwijnt het prikkelend en schrijnende gevoel, het doffe gevoel blijft.

Schouderbeperkingen/-klachten
Bij deze klachten is het belangrijk dat u de oefeningen gaat doen die beschreven zijn in de folder “Oefeningen na een borstoperatie”.

Lymfoedeem
Dit kan ontstaan doordat lymfevocht zich ophoopt in uw arm of hand aan de geopereerde zijde. Het lymfevocht kan moeilijker worden afgevoerd in arm of hand omdat het grootste gedeelte van de lymfeklieren in de oksel zijn verwijderd. Dit kan meteen na de operatie ontstaan, maar ook na verloop van jaren. Zie voor meer informatie de folder “Lymfoedeem van de arm”.

Fysiotherapie
De dag na de operatie wordt u op de afdeling bezocht door een fysiotherapeut om oefeningen en adviezen met u door te nemen.

Huid- en oedeemtherapie
De mammacare verpleegkundige op de polikliniek zal u, indien nodig, verwijzen naar een gespecialiseerde fysiotherapeut voor huid-, oedeemen lymfetherapie. U kunt naar de gespecialiseerde fysio-, huid- en oedeemtherapeut in het Anna Ziekenhuis, maar u kunt ook naar een therapeut in uw eigen omgeving.

Welke complicaties zijn mogelijk

Nabloeding
Bij elke ingreep bestaat de kans op een complicatie. Bij deze ingreep is de kans op een nabloeding zeer gering.

Infectie
Bij de okselklierverwijdering (-dissectie) is een kleine kans op een infectie. Die uit zich in roodheid rondom het operatiegebied, zwelling en temperatuursverhoging. Meestal is een antibioticakuur dan noodzakelijk.

Welke leefregels zijn van toepassing

Drain

  • Als u naar huis gaat met een drain, mag u uw arm maximaal tot schouderhoogte optillen (90°). Oefeningen hiervoor kunt u vinden in de folder “Naar huis met een (oksel)drain”.
  • Zolang u deze drain heeft, mag u niet autorijden.

Bewegen en belasten

  • Het onbelast bewegen van de arm is erg belangrijk voor het behoud van uw schouderfunctie. U mag uw arm de eerste 2 weken niet zwaar belasten: maximaal 1 kg. Zie ook de folder “Oefeningen na een borstoperatie”
  • Fietsen mag na 2 weken.
  • Intensief sporten mag na 6 weken.

Andere richtlijnen

  • U mag vanaf dag 1 douchen met doucheschuim/shampoo.
  • Na 3 weken mag u in bad en/of zwemmen.
  • Deodorant pas gebruiken na 2 weken als de wond gesloten is.
  • Uw oksel 2 weken niet ontharen.
  • Bij pijn kunt u tot 4 x daags 2 tabletten paracetamol 500 mg innemen.
  • Als u het prettig vindt, kunt u de wond verbinden met een steriel gaasje.
  • Als u geen radiotherapie krijgt, mag u na 6 weken onder de zonnebank. Hierbij moet u de operatiewond 12 weken afdekken.
  • U mag bloed laten prikken aan de geopereerde zijde, mits er geen lymfoedeem in deze arm aanwezig is.

Wanneer moet u contact opnemen?

U moet contact opnemen bij:

  • temperatuurstijging boven 38,5° C die langer dan 24 uur duurt;
  • toenemende roodheid of zwelling;
  • toenemende vochtophoping mogelijk met pijn en bewegingsbeperking;
  • lekkage vocht/bloed uit de wond en hevige pijn.

Tijdens kantooruren kunt u contact opnemen met de polikliniek chirurgie: 040 - 286 48 72. U kunt vragen naar de mammacare verpleegkundige, de verpleegkundig specialist of de chirurg.

Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met de afdeling spoedeisende hulp (SEH), telefoon: 040 - 286 48 34.