Borstverwijdering bij borstkanker (ablatio mamma)

St. Anna Logo

Uw chirurg heeft met u besproken, dat u in aanmerking komt voor een gehele verwijdering van de borst. In deze folder leest u hier meer over.

Wanneer wordt de gehele borst verwijderd

Voorwaarden
U komt in aanmerking voor een gehele verwijdering van de borst indien:

  • de tumor te groot is ten opzichte van de grootte van de borst om borstsparend te opereren;
  • zich meerdere tumoren verspreid in de borst bevinden;
  • vooraf al duidelijk is, dat bestraling (radiotherapie) bij u niet mogelijk is;
  • borstkanker Gen-draagster: BRCA 1 en 2 Gen bent.

Lymfeklieroperaties
Tegelijkertijd met de verwijdering van de borst, kunt u ook geopereerd worden aan de lymfeklieren in de oksel. Hierbij zijn twee verschillende operaties mogelijk.

  • Schildwachtklieroperatie: hierbij wordt in principe één lymfeklier (soms meer dan één) uit de oksel verwijderd. In de folder ‘Schildwachtklieronderzoek en –verwijdering’ treft u hier meer informatie over aan.
  • Okselklierverwijdering (okselkliertoilet of -dissectie); hierbij worden alle lymfeklieren uit de oksel weggenomen. Hierover vindt u in de folder ‘Okselklierverwijdering bij borstkanker’ meer informatie.

Directe reconstructie
Soms is het mogelijk om tijdens een borstverwijdering een directe reconstructie van de borst te laten verrichten. Dit gebeurt in dezelfde operatie, in samenwerking met de plastisch chirurg. Als u hiervoor in aanmerking komt, heeft de chirurg op de polikliniek dit met u besproken.
Voor vragen hierover kunt u altijd bij de chirurg terecht. Hierover vindt u in de folder ‘borstreconstructie bij borstkanker’ meer informatie.

Ziekenhuisopname
U moet rekenen op de volgende opnameduur:

  • Verwijdering van de borst : 2 dagen en 1 nacht.
  • Verwijdering van de borst + schildwachtklier: 2 dagen en 1 nacht.
  • Verwijdering van de borst + okselklieren: 2 dagen en 1 nacht.

In de folder ‘Informatie bij opname’ leest u hier meer over.

Wat gebeurt er tijdens de operatie

Infuus en drains
Tijdens de operatie krijgt u vocht via een infuus in uw arm toegediend.
Ook worden er één of twee dunne drains ingebracht. Een drain is een slangetje dat in het wondgebied is ingebracht, om overtollig wondvocht (bloed en lymfe) weg te laten vloeien in een vacuüm opvangsysteem.

Ingreep
Bij een borstverwijdering wordt uw gehele borst met tepel verwijderd. De onderliggende borstspier blijft gespaard. Het litteken ligt horizontaal tussen het borstbeen en de oksel. Afhankelijk van de borstgrootte en eventueel een lymfeklierenoperatie in de oksel, kan de lengte van het litteken variëren.

Algehele verdoving
De operatie vindt plaats onder algehele verdoving.

Duur van de operatie
De operatie duurt ongeveer 2 à 3 uur. Dit is afhankelijk van de behandeling die bij u plaats vindt.

Wat gebeurt er na de operatie

Infuus
Het infuus wordt verwijderd als u op de afdeling bent en u gedronken  heeft en niet (meer) misselijk bent. Bij een gelijktijdige okselklierverwijdering kan het zijn dat er ’s ochtends na de operatie bloed bij u wordt geprikt, om te kijken of u niet teveel bloed bent verloren. Als de uitslag goed is, kan het infuus verwijderd worden.

Drain
Uw chirurg bepaalt wanneer de drain(s) verwijderd mogen worden.

  • Dit kan al tijdens uw opname gebeuren.
  • Het is eveneens mogelijk een afspraak te maken met de mammacare verpleegkundige op de polikliniek, om de drain later te verwijderen. Op de afdeling krijgt u hierover instructies. Tevens krijgt u de folder ‘Naar huis met een okseldrain’ mee.

Wondvocht
Na het verwijderen van de drain kan een ophoping ontstaan van wondvocht (seroom) in het operatiegebied. Dit is niet verontrustend, maar kan wel vervelend zijn. Dit vocht kan worden weggezogen. Dit is meestal pijnloos, omdat het wondgebied nog gevoelloos is. Dit kan nog tot enkele weken na het verwijderen van de drain nodig zijn en gebeurt tijdens de controles op de polikliniek door de chirurg of de verpleegkundig specialist.

Ontslag
Bij ontslag krijgt u een afspraak mee bij uw chirurg en de mammacare verpleegkundige, 7 - 10 dagen na de operatie. Tijdens deze afspraak wordt uw borst/wond gecontroleerd en krijgt u de uitslag van het weefsel dat onderzocht is door de patholoog.

De uitslag en informatie over nabehandelingen

Neem iemand mee
Breng zo mogelijk een van uw naasten mee naar de afspraak, waarin u duidelijkheid krijgt over de uitslag. Dit kan u helpen om thuis ook over uw ziekte en behandeling te praten.

De uitslag
Het verwijderde borstweefsel en eventueel verwijderde lymfeklieren worden microscopisch onderzocht door een patholoog. Na 7 - 10 dagen zijn de uitslagen hiervan meestal bekend en worden deze besproken in een multidisciplinair team, dat onder andere bestaat uit de chirurg, internist-oncoloog, radiotherapeut, radioloog en patholoog.

Nabehandelingen
In het multidisciplinaire team wordt ook besproken welke aanvullende nabehandelingen voor u het beste zouden zijn. Het kan gaan om de volgende behandelingen:

  • radiotherapie
  • hormonale therapie
  • chemo therapie
  • immunotherapie

Uw behandelend chirurg en mammacare verpleegkundige bespreken dit, indien nodig, met u tijdens de uitslag.

Gevolgen van de ingreep

Gevoelloze huid
Door het verwijderen van de borst en uw tepel wordt op de plaats van het litteken uw huid geheel of gedeeltelijk gevoelloos. Dit gevoel herstelt zich meestal heel langzaam.

Wondvocht
Na de operatie kan in het begin wondvocht (ook seroomvocht genoemd) ontstaan in het wondgebied. Uw chirurg of verpleegkundig specialist zal dit na de operatie wekelijks controleren en indien nodig het wondvocht verwijderen. Dit gebeurt op de polikliniek. Omdat de huid na de operatie nog gevoelloos is, voelt u hier weinig van.
Om dit te wondvocht zoveel mogelijk te voorkomen krijgt u voor de operatie een drukhemd aangemeten.

Huid- en oedeemtherapie
De mammacare verpleegkundige op de polikliniek zal u, indien nodig, verwijzen naar een gespecialiseerde huid-, oedeem- en lymfetherapeut.
Dit kan in het Anna Ziekenhuis, maar u kunt ook naar een therapeut in uw eigen omgeving.

Mogelijke complicaties

Nabloeding
Een nabloeding kan optreden na een borstoperatie. Deze ontstaat meestal binnen 24 uur na de operatie. U bent dan nog opgenomen. Soms is een tweede operatie noodzakelijk.

Infectie
Verder is er kans op een infectie. Dit uit zich in roodheid rondom het operatiegebied, temperatuursverhoging en zwelling. Meestal is een antibioticakuur dan noodzakelijk.

Welke leefregels zijn van toepassing

Drain
Als u naar huis gaat met een drain, mag u uw arm maximaal tot schouderhoogte optillen (90°). Oefeningen hiervoor kunt u vinden in de folder ‘Naar huis met een (oksel)drain’. Zolang u deze drain heeft, mag u niet autorijden.

Bewegen en belasten

  • Het onbelast bewegen van uw arm is erg belangrijk voor het behoud van uw schouderfunctie. Uw arm mag u de eerste 2 weken echter niet zwaar belasten: maximaal 1 kg. Zie ook de folder ‘Oefeningen na een borstoperatie’.
  • Na 2 weken kunt u fietsen.
  • Na 6 weken mag u sporten, zoals: hardlopen, tennis en aerobics.

Andere richtlijnen

  • U mag de 1e dag na de operatie als u thuis bent douchen met doucheschuim/shampoo.
  • Na 3 weken mag u in bad en/of zwemmen.
  • Na 2 weken mag u deodorant gebruiken als de wond gesloten is.
  • Uw oksel 2 weken niet ontharen.
  • Bij pijn kunt u tot 4 x daags 2 tabletten paracetamol 500 mg. innemen.
  • Na 6 weken mag u onder de zonnebank, als u geen radiotherapie krijgt. De operatiewond moet u onder de zonnebank nog gedurende  12 weken afdekken.
  • Als de folie verwijderd is kunt u de wond met een droog gaasje afdekken, wanneer u dat prettig vindt.

 

Wanneer moet u contact opnemen?

U moet contact opnemen bij:

  • temperatuurstijging boven 38,5° C die langer dan 24 uur duurt;
  • toenemende roodheid of zwelling van het operatiegebied en/of oksel.
  • toenemende vochtophoping, mogelijk met pijn en bewegingsbeperking;
  • lekkage vocht/bloed uit de wond en toenemende pijnklachten.

Tijdens kantooruren kunt u contact opnemen met de polikliniek chirurgie, telefoon: 040 - 286 48 72. Vraagt u dan naar de mammacare verpleegkundige, de verpleegkundig specialist of de chirurg.

Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met de afdeling spoedeisende hulp (SEH), telefoon: 040 - 286 48 34.