Verwijdering (excisie) van: huidafwijking, atheroomcyste, vetbult (lipoom)

St. Anna Logo

Binnenkort heeft u een afspraak op de poliklinische behandelkamer voor een excisie. In deze folder geven we informatie over deze ingreep.

Wat is een excisie

Een excisie is een ingreep waarbij een huidafwijking, atheroomcyste of lipoom (vetbult) wordt weggesneden.

Wat is belangrijk voordat u een ingreep ondergaat

Bloedverdunnende geneesmiddelen
Als u bloedverdunnende geneesmiddelen gebruikt, zoals Plavix® (Clopidogel), Marcoumar® (fenprocoumon), acenocoumarol, Ascal® (carbasalaat), Aspirine® (acetylsalicylzuur), etc., dan moet u dit vooraf aan de chirurg melden. Zeker als u onder controle staat van de Trombosedienst.

Mocht u vergeten zijn om dit bij de afspraak te melden, neemt u dan alsnog telefonisch contact op met de polikliniek chirurgie. Dan zal worden overlegd of de geneesmiddelen eventueel (tijdelijk) moeten worden aangepast of gestaakt. Stop de bloedverdunnende geneesmiddelen niet op eigen initiatief, maar alleen in overleg met de chirurg of met de arts die u deze geneesmiddelen heeft voorgeschreven.

Overig belangrijke zaken 

  • Geef vooraf aan of u allergisch bent voor o.a. jodium of andere desinfecterende middelen, verbandpleister, verdovingsvloeistof, etc. 
  • Laat de excisie niet te kort voor een vakantie doen, in verband met het verwijderen van de hechtingen en (kleine) kans op infectie of andere complicaties.
  • Houd er rekening mee dat u na behandeling tijdelijk niet intensief mag sporten of zwemmen en dat u zware arbeid en zwaar tillen tijdelijk moet vermijden. 
  • Gebruik op de dag van de behandeling geen bodycrème of dagcrème.

Plaatselijke verdoving

De excisie vindt plaats onder plaatselijke verdoving. De verpleegkundige begeleidt u naar de behandelruimte waar u plaatsneemt op de behandeltafel. De chirurg tekent het te behandelen gebied af en verdooft het met enkele kleine injecties. Het inspuiten van de verdoving voelt meestal even wat branderig aan. Na het inspuiten wordt het betreffende gebied enige tijd wat opgezwollen en bleek.
Voordat met de excisie wordt begonnen controleert de chirurg of het gebied voldoende is verdoofd. Tijdens de behandeling voelt u wel dat er iets gebeurt, maar het mag geen pijn doen. Als dat wel zo is, kunt u dit aangeven zodat er nog verdoving kan worden bij gespoten.
De verdoving is na ongeveer twee uur uitgewerkt.

De behandeling

Het te opereren gebied wordt afgedekt met een steriele doek. Deze doek mag u niet aanraken.
Door de chirurg wordt een gebied om de huidafwijking uitgesneden.
Dikwijls wordt in twee lagen gehecht: eerst wordt een onderhuidse hechting gebruikt (deze lost vanzelf op) en vervolgens worden de wondranden met een tweede laag hechtingen aan elkaar gehecht. Ter ondersteuning wordt soms over deze hechtingen nog hechtstrips aangebracht. Deze moet u bij voorkeur laten zitten, totdat de hechtingen worden verwijderd. Tot slot wordt de wond afgeplakt met een pleister.
Deze moet twee dagen droog blijven.

Duur van de behandeling
De behandeling duurt gemiddeld 10-30 minuten.

Na de behandeling

U kunt na de behandeling gewoon weer naar huis. Als de mogelijkheid bestaat, kunt u het beste iemand meenemen die u met de auto brengt en haalt.

Een pijnstiller na afloop is meestal niet nodig. Mocht u toch pijn ervaren dan kunt u het beste Paracetamol gebruiken. Het liefst geen Aspirine of ontstekingswerende middelen, zoals Ibuprofen of Diclofenac in verband met het risico op nabloeding.

Leefregels na de ingreep

  • Het behandelde gebied en de pleisters moeten twee dagen droog blijven.
  • Na twee dagen mag u kort douchen en een nieuwe pleister op de wond plakken. U mag niet in bad of zwemmen. 
  • Houd er rekening mee dat, zolang de hechtingen nog niet verwijderd zijn, het litteken nog zwak is en de hechtingen kunnen loslaten. Daarom is het advies bepaalde bezigheden te vermijden of voorzichtig te doen. Wanneer de hechtingen zich bijvoorbeeld op de rug bevinden, dan is het raadzaam voorzichtig te zijn bij het voorover bukken, tillen of aan- en uitkleden. Intensief sporten en zwemmen wordt afgeraden.

Hechtingen verwijderen

Vlak na de ingreep beslist de chirurg wanneer de hechtingen verwijderd kunnen worden. Afhankelijk van de plaats waar de hechtingen zitten, is dit meestal 7-14 dagen na de ingreep. Eventuele hechtstrips die na de ingreep over de hechtingen zijn aangebracht laat u zo lang mogelijk zitten.

Het weefselonderzoek

Een huidafwijking wordt in principe altijd opgestuurd voor microscopisch onderzoek. De uitslag hiervan krijgt u als u op de polikliniek terugkomt voor het verwijderen van de hechtingen.
Een atheroomcyste of lipoom wordt meestal niet opgestuurd.

Mogelijke complicaties

  • Na de excisie ontstaat altijd een litteken. Dit litteken vervaagt vaak in de loop van de tijd. Of er al dan niet een blijvend litteken ontstaat, hangt vooral af van de persoonlijke aanleg en de plaats waar het litteken zich bevindt. 
  • Het litteken kan de eerste maanden na de behandeling gemakkelijk verbranden. Blootstelling aan de zon kan pigmentverstoring veroorzaken. Daarom is het aan te raden om op zonnige dagen een zonwerende crème op de behandelde huid te smeren. Gebruik een hoge beschermingsfactor (factor 20 of meer) en breng deze om de twee uur aan.
  • Een snel optredende zwelling de eerste dagen na de behandeling kan wijzen op een nabloeding. Wanneer de wond na een paar dagen pijnlijk aanvoelt en ook rood en gezwollen is, kan dit wijzen op een wondinfectie. Zowel bij plotseling optredende zwelling als bij pijn en roodheid kunt u het beste contact opnemen met de polikliniek chirurgie.