Informatie voor patchpomp gebruiker

Deze folder bevat praktische informatie voor de patchpomp gebruiker.

Met het woord ‘patch’ in deze folder bedoelen we het apparaatje (insulinereservoir, canule en pomp ineen) wat op jouw huid vast zit. Met ‘pomp’ bedoelen we het apparaat waarmee je de patch aanstuurt (afstandsbediening of app op telefoon).

Algemene zaken bij gebruik van de patchpomp

Het verwisselen van de naald/catheter

  • Haal een ampul insuline 1 dag voor gebruik uit de koelkast zodat deze op kamertemperatuur is. Nadat je een ampul heeft aangebroken is deze nog een maand houdbaar.
  • Was jouw handen voor het verwisselen van de naald/catheter. Desinfecteren van de huid is niet nodig.
  • Gebruik voor de huid een neutrale pH zeep en bodylotion.
  • Als je de patch op jouw buik plaatst gaat dit het beste in een zittende houding.
  • De hele buik kan worden gebruikt. Plaats de patch niet te dicht onder de ribbenboog en niet vlakbij de navel. Tevens kun je de patch plaatsen op jouw bovenbeen, onderrug, bil en op jouw bovenarm.
  • Leg jouw hand over de patch en pak een huidplooi, waarna je de canule inschiet. Ga na het plaatsen met de vinger langs de pleister om de patch goed aan te laten sluiten aan de huid.
  • Altijd 1 à 2 uur na het inbrengen van de patch jouw bloedglucose controleren. Daarom het advies om na het avondeten jouw patch niet meer te vervangen, zodat je nog een controlemoment hebt voor de nacht.
  • Zorg dat je binnen 60 minuten na het vullen van de patch, de nieuwe patch activeert (omnipod).

Hoe te handelen bij een (onverwachte) lage bloedglucose

Ga het volgende na:

  • Heb je te weinig koolhydraten gegeten, of heb je mogelijk een te grote maaltijdbolus gegeven?
  • Heb je te veel activiteiten ondernomen of aan sport gedaan?
  • Heb je een emotionele situatie meegemaakt?
  • Heb je een wisselende insulineresorptie (bijvoorbeeld warm bad/ zonnen) gehad?

Wat kun je doen?

  • Meet jouw bloedglucose
  • Los de hypo op zoals je gewend bent, met dextro of limonade.
  • Om dextro snel op te kunnen nemen wacht je 10 minuten met het eten van extra koolhydraten. Vraag bolusadvies voor deze extra koolhydraten
  • Overweeg of je de insulinetoediening tijdelijk onderbreekt.

Hoe te handelen bij (onverwachte) hoge bloedglucose

Ga  het volgende na:

  • Heb je te weinig koolhydraten ingegeven? Of mogelijk vergeten een bolus te geven?
  • Heb je te weinig lichaamsbeweging ondernomen?
  • Kan jouw menstruatiecyclus of pilgebruik een reden zijn?
  • Heb je een emotionele situatie meegemaakt?
  • Heb je (nieuwe) medicijnen ingenomen die van invloed kunnen zijn op jouw bloedglucoses?
  • Voel jij je ziek of heb je koorts?
  • Is de insteekopening rood of ontstoken?
  • Heb je te lang geen insuline gehad?

Ga na of er sprake is van insulinetoedieninsproblemen:

  • Staat de pomp op stop?
  • Geeft de pomp een alarm?
  • Zit de naald/canule nog goed?
  • Controleer jouw basaalstand.

Wat kun je doen?
In principe kun je insuline bijgeven zoals de pomp jou adviseert op basis van ingestelde koolhydraat/insuline ratio, insulinegevoeligheid en de ingestelde streefwaarde.
De berekening van bovenstaande gaat als volgt:

  • Koolhydraat/insuline ratio (de verhouding tussen de grammen koolhydraten die je gaat eten en de hoeveelheid insuline die je daarvoor geeft).
    500: totale dagdosis (dus bolus + basaal)= koolhydraat/insuline         ratio.
  • Insulinegevoeligheid/correctiefactor(dit is hoeveel mmol/l de glucose zakt met 1 eenheid insuline).
    100: totale dagdosis (dus bolus + basaal) = insulinegevoeligheid.

Wanneer bijbolussen nauwelijks resultaat geeft, geef dan het advies van de pomp met de insulinepen. Reageert de bloedglucose nu wel, dan de patch vervangen. Je spuit elke 2 uur bij tot de bloedglucose daalt.
Is de bloedglucose < 13.0 mmol/l, dan stoppen met het extra toedienen van insuline. Het is raadzaam om veel water te drinken bij hoge bloedglucoses.
Let op: Braken gepaard gaande met hoge bloedglucoses = direct het ziekenhuis bellen !

Perioden zonder pomp

Wanneer je de pomp wilt onderbreken, kan dit met lispro, aspart of glulisine tot een periode van 1 uur, zonder maatregelen te nemen.

Is de pomp korter dan 3 uur onderbroken geweest, dan dien je bij het herstarten van de Patchpomp, de basale eenheden zonodig te herhalen bij een bloedglucosewaarde van > 10.0 mmol/l.

Bij meer dan  3 uur zonder insulinetoediening, dan voor het onderbreken van de pomp insuline geven.
Tel bij elkaar op:

  • Basaalstand de komende uren dat de pomp onderbroken wordt.
  • Correctie hoge bloedglucose volgens schema.

Ongeveer 10 gram koolhydraten eten om een directe hypo te voorkomen. Hanteer voor een maaltijd/tussendoortje jouw eigen bolusschema.

Na 3 uur bovenstaande herhalen en opnieuw een berekening maken hoe je de periode zonder insuline moet overbruggen.

Sporten

De uitgangswaarde vóór het sporten is tussen de 7.0 en 10.0 mmol/l.

  • Bij hoge bloedglucosewaarden, >15.0 mmol/l, dien je eerst de bloedsuiker te normaliseren voordat je gaat sporten.
  • Het advies is om bij sporten (korter dan 2 uur) de pomp te onderbreken. 
  • Bij langer dan 2 uur sporten is het advies om de tijdelijke basale afgifte te gebruiken. De basaalstand wordt voor een bepaalde tijd lager gezet.
  • Bij sporten vóór een maaltijd: de basale afgifte op 50% zetten gedurende het sporten tot 1-2 uur na het sporten.
  • Bij sporten binnen 2 uur na de maaltijd: bolus halveren.
  • De pomp kan maximaal 1 uur stopgezet worden.

Let op: Na lichamelijke activiteit kan de bloedglucose in de daarop volgende uren verder dalen. Wees voorzichtig met bijregelen na het sporten.

Opmerking: Bovenstaande richtlijnen kunnen variëren per persoon.

Bijzondere omstandigheden

Douchen/bad:
Je kunt de patch tijdens het douchen of bad gewoon laten zitten, maximaal 60 minuten. Controleer regelmatig de pleister.

Sauna:

  • Advies: de patch niet gebruiken in de sauna in verband met de (werkings)temperatuur van de insuline: mag niet hoger dan 40° C.
  • Je kunt niet langer dan 1 uur zonder insuline. (zie periode zonder pomp)
  • Voor het aansluiten de bloedglucose meten, en zo nodig bijregelen met behulp van de boluscalculator.

Strandvakantie/zwemmen:

  • Je kunt de patch laten zitten. Deze is waterdicht (60 minuten) tot 7,5 meter. Controleer regelmatig de pleister.
  • Bij zonnen de patch niet aan direct zonlicht blootstellen i.v.m. de (werkings)temperatuur van de insuline: mag niet hoger dan 40° C.
  • Zon/warmte zorgt voor snellere opname van de insuline, dus meer kans op een hypo.

Vliegen:

  • Wanneer je wordt gefouilleerd, meld dan eerst dat je een insulinepomp draagt!
  • Vergeet niet de tijd van het vakantieland in te programmeren bij aankomst vakantieland.

Electromagnetische velden:

  • Wanneer je een MRI-scan moet ondergaan, moet je de patch verwijderen.
  • Kom niet te dicht bij radarinstallaties of bepaalde ruimtes in elektriciteitscentrales.
  • De controlepoortjes in winkels of op vliegvelden geven geen problemen.  

Zomer- en wintertijd:
Net als alle klokken en wekkers, moet ook jouw afstandsbediening opnieuw ingesteld worden.

Het drinken van alcohol
Alcohol werkt bloedglucoseverlagend, maar vaak pas na enkele uren.
Als je alcoholische dranken nuttigt die koolhydraten bevatten voer je de koolhydraten in en vraag je bolusadvies. Daarnaast verlaag je de basaalstand tijdelijk. Elke eenheid alcohol die je gebruikt verlaag je de basaalstand 1 uur naar 60-70%. Dus als je 2 eenheden alcohol nuttigt dan zet je de basaalstand 2 uur op 60-70%.
Als je alcohol gebruikt waarin geen koolhydraten zitten, dan hoef je geen koolhydraten in te voeren, maar moet je wel jouw basaalstand tijdelijk verlagen. Controleer in ieder geval regelmatig jouw bloedglucose.

Bij technische problemen

Bij technische problemen kun je 24 uur per dag contact opnemen met de leverancier van jouw insulinepomp.

Bereikbaarheid van de diabetesverpleegkundige

De diabetesverpleegkundige bevindt zich op de diabetespoli (1e etage), route 64. Bij vragen of problemen kun je contact opnemen met de diabetespoli, wij houden telefonisch spreekuur op de volgende tijden:
Maandag t/m vrijdag       8.30 - 12.00 uur      telefoonnr. 040 - 286 40 20

Buiten het telefonisch spreekuur zijn wij, voor dringende vragen of problemen, bereikbaar:
Maandag t/m vrijdag     12.00 - 16.30 uur      telefoonnr. 040 - 286 40 40
(De portier verbindt je dan door met ons)                                    

Buiten kantoortijd (na 16.30 uur) en in de weekenden kun je bij spoed contact opnemen met de spoedeisende hulp (SEH):
Spoedeisende hulp telefoonnr. 040 - 286 48 34

Wij zijn ook te bereiken via e- mail diabetes@st-anna.nl.

Voor meer informatie kun je de website van het Anna Ziekenhuis bezoeken: www.annaziekenhuis.nl