Oefeningen na een borstoperatie

St. Anna Logo

Oefeningen na een borstoperatie

Door de operatie kan de beweeglijkheid van de schouder verminderd zijn. Armoefeningen kunnen het herstel van die beweeglijkheid bevorderen. U kunt het beste vijf tot zeven dagen na de operatie met deze oefeningen beginnen. U hoeft niet bang te zijn dat door de oefeningen de wond opengaat of dat de hechtingen zullen loslaten.

Wanneer u wordt bestraald, is het zinvol om de oefeningen tot ruim een jaar na het afronden van deze behandeling regelmatig te herhalen. U kunt dan controleren of de beweeglijkheid gelijk blijft.

Voor alle oefeningen is het volgende van belang:
Probeer schouderoefeningen dagelijks te doen. Het is het beste dat u elke oefening zo’n vijf tot tien keer uitvoert. Zorg dat u hierbij geen pijn heeft, terwijl u toch maximaal beweegt.
Een ‘rekgevoel’ bij de oefeningen is geen probleem, maar voorkom dat dit pijnlijk wordt. Elke ‘rek’ kunt u vier tot vijf tellen vasthouden, terwijl u rustig blijft doorademen.
Bij het oefenen is een goede houding van het bovenlichaam en de schouders belangrijk: goed rechtop staan en zitten, geen afhangende schouders maar deze iets naar achteren trekken.
Let op dat u bij de oefeningen niet met de armen gaat ‘veren.
Ook na afloop van de oefeningen mag u geen pijn hebben. Is dit wel het geval, oefen dan de volgende keer minder intensief.

Indien nodig zal de behandelend specialist of de mammacareverpleegkundige u een verwijsbrief geven voor de fysiotherapeut. De fysiotherapeut kan u meer informatie geven  ten aanzien van het gebruik van de arm en het doen van oefeningen.

De oefeningen

Oefening 1
Beweeg de armen gestrekt voorwaarts. Wanneer u nog een drain heeft, ga dan niet verder naar boven dan de tekening aangeeft (90 graden).
U kunt deze oefening ook in rugligging uitvoeren.

Oefening 2
Bij deze oefening uw armen naast uw lichaam laten hangen. Vervolgens een aantal keren uw schouders optrekken en weer ontspannen.

Oefening 3
Uw handen achter u rug in elkaar houden. Vervolgens uw armen gestrekt omhoog brengen.

Oefening 4
Leg uw handen zo laag mogelijk op uw rug en schuif ze langs uw rug naar boven.

Oefening 5
Uw handen in elkaar vouwen. Daardoor wordt uw arm aan de geopereerde kant gesteund. Uw armen zo ver mogelijk gestrekt omhoog brengen.

Oefening 6
Uw handen achter uw oren tegen u achterhoofd leggen en vervolgens uw vingers ineen strengelen. Houd uw ellebogen eerste ontspannen naar voren en breng ze daarna zo ver mogelijk naar achteren.
U kunt deze oefening ook in rugligging uitvoeren.

Oefening 7
Staande tegen de muur beide armen zijwaarts omhoog brengen, zo hoog u kunt. Uw handen blijven contact houden met de muur

Oefening 8
Ga een stukje (15cm) van de muur staan en ‘krabbel’ met beide handen tegelijkertijd langs de muur naar boven