Aderlaten

St. Anna Logo

Samen met uw specialist heeft u besloten aderlating toe te passen. In
deze folder geven wij informatie over deze behandeling.

Wanneer aderlaten

Bij een aderlating wordt bloed afgenomen om een teveel van een bepaalde stof in het bloed af te voeren. Aderlaten wordt toegepast bij patiënten die een te hoog ijzergehalte in hun bloed hebben, maar ook bij patiënten met een bloedafwijking behorend tot de groep myeloproliferatieven ziekten (MPN’s).

Een te hoog ijzergehalte
Een te hoog ijzergehalte in uw bloed kan klachten geven zoals vermoeidheid, gewrichtsklachten, leverfunctieafwijkingen en buikklachten. De hoeveelheid opgeslagen (gestapeld) ijzer in uw  lichaam is dan te groot. Daarom is aderlaten noodzakelijk, zodat de hoeveelheid gestapeld ijzer in uw lichaam afneemt.

Bij aderlaten ten gevolge van ijzerstapeling nemen wij een bepaalde hoeveelheid bloed bij u af. Uw behandelend specialist bepaalt de hoeveelheid bloed die afgenomen moet worden. Meestal wordt per keer 500 ml bloed afgenomen. Het lichaam vult het verwijderde bloed in een paar dagen weer helemaal aan en maakt daarbij gebruik van het gestapelde ijzer. Hierdoor daalt dus de hoeveelheid gestapeld ijzer in uw lichaam.

Per persoon verschilt de hoeveelheid gestapeld ijzer in het lichaam. Daardoor verschilt ook het aantal aderlatingen dat nodig is om patiënten te “ontijzeren” van persoon tot persoon. Hoe groter de ijzerstapeling, hoe vaker een patiënt moet aderlaten

Bloedafwijking behorend tot MPN’s
Ook kan het zijn dat bij u een afwijking is geconstateerd die behoort tot de  groep myeloproliferatieven ziekten (MPN’s), bijvoorbeeld polycythaemia vera (PV). Bij deze ziekte worden teveel rode bloedcellen aangemaakt, wat leidt tot een te hoog hematocrietgehalte (Ht) in het bloed.

Bij de behandeling van PV middels aderlaten wordt gestreefd naar een hematocrietgehalte van minder dan 0,45. Hoe vaak aderlaten in dit geval nodig is, wordt bepaald door de behandelend specialist aan de hand van de gemeten bloedwaarden

Hoe wordt een aderlating uitgevoerd

Voor de aderlating wordt u opgenomen op de afdeling dagbehandeling.
U meldt zich daar op het afgesproken tijdstip.
Op de afdeling neemt u plaats op een relaxstoel en wordt uw bloeddruk en hartslag opgemeten. Dan brengt de verpleegkundige een holle naald in een bloedvat in uw elleboogplooi in. Deze naald is via een slangetje verbonden met een opvangzak. Het bloed stroomt naar de zak. Behalve de prik voor het inbrengen van de naald voelt u niets van de aderlating. Na de aderlating blijft u nog 10 tot 20 minuten zitten. U krijgt wat te drinken en te eten aangeboden.

Voorbereiding thuis

Zorg ervoor dat u thuis gegeten en gedronken heeft. Hierdoor zult u zich  beter voelen tijdens en na de aderlating.

Bijwerkingen

Aderlaten kent weinig bijwerkingen en complicaties. Om de aderlating zo probleemloos en comfortabel mogelijk te laten plaatsvinden geven wij u de volgende tips:

  1. Zorg ervoor dat u voldoende drinkt op de dag van de aderlating: minimaal 2 liter. Als u hartklachten heeft kan veel drinken problemen geven. Overleg in dat geval met uw specialist.
  2. Voor sommige patiënten is het inbrengen van de naald pijnlijk. U kunt de verpleegkundige  vragen om een huidverdovende crème. Deze crème wordt een uur voor de bloedafname aangebracht op de plaats waar u geprikt wordt. De crème zorgt dat de huid gevoelloos wordt.

Het is mogelijk dat u zich na de aderlating even niet fit voelt. Bijvoorbeeld duizeligheid en moeheid kunnen voorkomen. Ook kunt u bleek worden en transpireren. De verpleegkundige zal u helpen om deze klachten te verminderen/verhelpen.

Na de behandeling

Wanneer u zich na de behandeling goed voelt, mag u met eigen vervoer weer naar huis. Vermijdt thuis overmatige inspanning en til geen zware spullen met de arm waarin geprikt is. Goed luisteren naar uw lichaam is de beste raadgever!