Sondevoeding thuis

Sondevoeding thuis

U heeft van uw behandelend arts gehoord dat uw kind met sondevoeding naar huis gaat. In deze folder geven we u algemene informatie over wat sondevoeding inhoudt en hoe u deze moet toedienen.

Adviezen en leefregels

Kinderen kunnen om verschillende redenen sondevoeding krijgen.

  • Omdat dat een kind (nog) niet zelf kan of mag drinken, bijvoorbeeld als het kind te ziek is of te vroeg geboren.
  • Omdat een kind maar een gedeelte van de voeding zelf drinkt en de rest via een sonde toegediend krijgt.
  • Omdat een kind niet goed groeit en daarom de voeding aangevuld moet worden.

Wat is sondevoeding?

Sondevoeding is dunne, vloeibare voeding die via de sonde in de maag komt. Sondevoeding is alle voeding die door de sonde gegeven kan worden, zoals zuigelingenvoeding en ranja. Een sonde is een dun slangetje dat via één van de neusgaten door de keelholte en slokdarm naar de maag loopt.

De volgende afbeelding laat zien hoe de luchtpijp en de slokdarm lopen. De luchtpijp loopt aan de voorkant langs de slokdarm. Achter in de keelholte is een verbinding tussen de luchtpijp en de slokdarm. Het kan zijn dat bij het inbrengen van de sonde, de sonde in de luchtpijp terecht komt. Daarom is het van groot belang dat de ligging van de sonde gecontroleerd wordt.

Het ene uiteinde van de sonde moet in de maag liggen. In dit uiteinde zitten kleine gaatjes. Via die gaatjes loopt de voeding in de maag. Het andere uiteinde van de sonde blijft buiten het lichaam en wordt afgesloten door een dopje. Door het dopje te openen kan voeding of medicijnen worden toegediend.

Controleren van de sonde

U controleert altijd eerst de sonde voordat u de sondevoeding geeft. Het gevaar bestaat namelijk dat de sonde niet meer goed zit. Dit kan bijvoorbeeld doordat uw kind aan de sonde heeft getrokken of dat de sonde omhoog is gekomen ten gevolge van hoesten en/of braken. Wanneer er sondevoeding wordt gegeven, bestaat de kans dat de voeding in de luchtwegen en/of de longen terecht komt. Dit kan een luchtweginfectie of longontsteking veroorzaken.

Er zijn verschillende manieren om te controleren of de neusmaagsonde op de juiste plaats ligt:

A. Controleren of sonde nog op de juiste lengte is en de sonde nog goed gefixeerd zit.
B. De zuurgraad (pH) van het maagsap bepalen met een pH-strip.

Manier B dient altijd gebruikt te worden als de sonde (opnieuw) ingebracht wordt, of als er een vermoeden bestaat dat het uiteinde van de sonde niet (meer) in de maag ligt. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren na hevig hoesten, overgeven of trekken aan de sonde.

De zuurgraad (de pH) kan bepaald worden met een speciaal stripje. Deze stripjes krijgt u meegeleverd. Lees eerst de gebruiksaanwijzing.

  • Trek met een spuit enkele druppeltjes maagsap op (let op dat er niet te hard en te snel wordt opgetrokken bij het controleren van de sonde, want de sonde kan zich dan vastzuigen aan de maagwand).
  • Van het opgetrokken maagsap kunt u de pH bepalen.

Als de gemeten waarde lager dan 5,5 is, dan ligt de neusmaagsonde met zeer grote waarschijnlijkheid in de maag en kunt u starten met de sondevoeding. Als de gemeten waarde hoger dan 5,5 is, dan is het verstandig om eerst met de (kinderthuiszorg)verpleegkundige te overleggen, voordat u met de sondevoeding start.

Als het niet lukt om een paar druppeltjes maagsap op te trekken, kan dit komen omdat het uiteinde van de sonde niet in het maagsap ligt. U kunt dan uw kind even op de zij leggen. Door verandering van houding kan het uiteinde van de sonde wel in de maaginhoud komen te liggen.

Hoe wordt de sondevoeding toegediend?

Sondevoeding kan op verschillende manieren toegediend worden. De behandeld arts bespreekt met u welke toedieningsvorm bij uw kind nodig is.

Toediening per portie
Met behulp van een spuit kan de sondevoeding per porties worden toegediend. De spuit kan aangesloten worden op de sonde. Nadat de voeding is toegediend, wordt de spuit losgekoppeld en de sonde afgesloten.

Druppelsgewijze toediening
Een druppelsgewijze toediening houdt in dat de voeding voor langere tijd druppel voor druppel inloopt met behulp van een voedingspomp. Deze manier van toedienen wordt niet verder toegelicht in deze folder.

Het geven van de sondevoeding per portie

Benodigdheden

  • Voorgeschreven voeding op kamertemperatuur (opwarmen in de magnetron).
  • Voedingsspuiten.

Werkwijze

  • Was uw handen met water en zeep.
  • Is uw kind niet onrustig, benauwd, zweterig of aan het hoesten? Heeft het pijn?
  • Controleer of de sonde op de juiste diepte zit.
  • Controleer of de pleister nog goed vastzit op de sonde en op de wang.
  • Controleer indien mogelijk de mond/keelholte of de sonde niet is opgekruld. Bij twijfel contact opnemen met de (kinder)thuiszorg.
  • Vul de voedingsspuit met de voeding.
  • Koppel de voedingsspuit aan de sonde.
  • Spuit de voeding langzaam in (de inloopsnelheid moet ongeveer gelijk zijn met de snelheid waarmee het kind normaal drinkt).
  • Na het geven van de voeding, de sonde doorspuiten met lucht. De verpleegkundige zal u hierover uitleg geven.
  • Sluit de sonde af met het afsluitdopje na de voeding.

Aandachtspunten
De voorkeurshouding tijdens het geven van de voeding is in een half zittende houding, dit is om te voorkomen dat de voeding terugloopt. Tijdens het geven van de sondevoeding uw kind goed observeren:

  • Hoe wordt de voeding verdragen?
  • Wordt uw kind misselijk? Kokhalst uw kind? Spuugt uw kind?
  • Zorg ervoor dat de sonde niet uitgetrokken kan worden of losraakt tijdens het inlopen van de voeding.
  • Zorg voor voldoende licht zodat u uw kindje goed kunt observeren.
  • Gebeurt het toch dat de sonde tijdens het geven van de voeding verandert van positie of uw kindje niet lekker wordt, stop dan meteen met het toedienen van voeding en waarschuw een verpleegkundige. Thuis kunt u altijd de huisarts bellen.

Hygiëne
Het is belangrijk hygiënisch te werken bij het geven van sondevoeding, omdat de voeding, de sonde en andere hulpstukken gevoelig zijn voor de groei van bacteriën. Te veel bacteriën kunnen diarree of misselijkheid veroorzaken. Als het buiten erg warm is, let dan extra op de hygiëne. Bacteriën groeien namelijk sneller in een warme omgeving.

Voordat sondevoeding wordt gegeven, wast u zorgvuldig de handen. Leg de benodigde materialen op een schoon oppervlak.

Thuis kan een spuit meerdere keren gebruikt worden. Spoel deze iedere keer na gebruik schoon. De spuit kun je dan droog in een afgesloten bakje in de koelkast bewaren.

Invullen samen met de verpleegkundige

Wanneer en met wie contact opnemen?
Behandelend arts:_________________________________
Telefoonnummer: _________________________________
Thuiszorg: _______________________________________
Telefoonnummer: _________________________________

  • Bij twijfel over de juiste positie van de sonde.
  • Om de sonde te verwisselen.

Leverancier _____________________________________
Telefoonnummer: _________________________________

  • Bestellen van nieuwe materialen.


Voedingsvoorschriften voor uw kind

Naam   
Soort sonde  
Datum ingebracht  
Datum vervangen  
Type voeding  
Hoeveelheid voeding in 24
uur
.............. per 24 uur
.............. porties per dag
.............. ml per portie
Voedingstijden