Operatie aan de bijholten van de neus

U bent onder behandeling bij de keel-, neus- en oorarts (KNO-arts) voor uw ontsteking aan de bijholten van uw neus. In deze folder leest u meer over neusbijholteontsteking, de operatie en de leefregels na de operatie.

De neusbijholten

Boven en naast de neus bevinden zich holle ruimtes in het hoofd, de zogenaamde neusbijholten. Deze staan in directe verbinding met de neusholte. De meest bekende bijholten zijn de voorhoofdsholten en de kaakholten. De twee voorhoofdsholten liggen boven de ogen en de twee kaakholten bevinden zich achter de wangen. Minder bekend, maar zeker zo belangrijk zijn de holten in het zeefbeen. Deze zogenaamde zeefbeenholten bestaan uit vele kleine holten en bevinden zich aan beide kanten van de neus tussen de neusholte en de oogkas. De kaakholten en de voorhoofdsholten staan via dit zeefbeen met de neus in verbinding. Als laatste holte kennen we nog de wiggenbeensholte, ver achter boven in de neus. Al deze holten zijn bekleed met slijmvlies.

Klachten neusbijholteontsteking

Een neusbijholteontsteking lijkt in het begin vaak op een gewone verkoudheid. Doordat het slijmvlies in de neus opzet, treedt een neusverstopping op. Hierdoor kan snot in de neus en keel lopen. Dit vermindert vaak de reuk en smaak en kan er sprake zijn van hoestklachten en keelpijn. Door de neusverstopping kunnen ook de neusbijholten verstopt raken, waardoor slijm kan ophopen in de holten.
Dit kan weer leiden tot hoofd- en aangezichtspijn.

In zeldzame gevallen kan een neusbijholteontsteking zich uitbreiden buiten de holten. Dit kan leiden tot hoge koorts met ernstige hoofdpijn en sufheid. Tevens kan een rood, gezwollen oog ontstaan. Wanneer dit optreedt dient u direct contact met uw arts op te nemen.

Diagnose

Voor het stellen van de diagnose wordt door de arts gekeken naar uw klachten. Een KNO-arts zal vervolgens een algemeen neusonderzoek en een neusendoscopie uitvoeren. Hierbij worden de neusholte en de afvoergangen van de neusbijholten met behulp van een kleine camera bekeken. Zo kan de KNO-arts zien of er sprake is van een ontsteking in de neusholte of dat de afvoer in de neus belemmerd wordt door bijvoorbeeld neuspoliepen of een scheefstaand neustussenschot.

Soms wordt er ook een CT-scan gemaakt, zeker wanneer uw KNO-arts een operatie overweegt. Dit vindt plaats op de radiologie afdeling. Soms is het ook nodig een allergieonderzoek te doen. Dit wordt gedaan door middel van een huidtest of bloedonderzoek.

Behandeling bij een neusbijholteontsteking

In eerste instantie zullen de klachten door de huisarts behandeld worden. De huisarts kan meerdere vormen van medicatie voorschrijven:

  • neusspoelen met fysiologische zoutoplossing;
  • pijnstilling (paracetamol);
  • ontzwellende neusspray (xylomethazoline);
  • neusspray met onstekingsremmers (Fluticason, Beclomethason, Mometason);
  • antibiotica (in bepaalde gevallen).

Om van de klachten af te komen is het belangrijk dat u het advies van de huisarts opvolgt en de voorgeschreven medicijnen nauwkeurig gebruikt. Wanneer de klachten langer dan 3 maanden aanhouden, en niet of onvoldoende verminderen na 4-6 weken medicatie, dan wordt gesproken van een chronische neusbijholteontsteking. In dat geval verwijst de huisarts u door naar een KNO-arts.

Wanneer is een operatie nodig?

Een chronische ontsteking kan samen gaan met de vorming van poliepen. De chronische ontsteking kan een op zichzelf staande ontsteking zijn van één bijholte, maar ook kunnen meerdere bijholten tegelijk ontstoken zijn. Vooral bij een chronische ontsteking van de zeefbeenholten kunnen ook de kaakholten en eventueel zelfs de voorhoofdsholten geblokkeerd en ontstoken raken. De belangrijkste reden voor een operatie aan de neusbijholten is een dergelijke chronische ontsteking.

Endoscopische operatie

De operatie wordt gedaan via uw neusgaten. Na de operatie heeft u dan ook geen zichtbare operatiewond. Bij de operatie gebruikt de KNO-arts een endoscoop.Dit is een klein buisje met een camera. Zo kan de arts goed in uw neus kijken. De arts brengt de endoscoop via uw neusgaten in en kijkt op een beeldscherm waar de ontsteking zit. De ontstoken neusbijholten worden opengemaakt en zo nodig worden neuspoliepen verwijderd. De officiële naam van de operatie is ‘FESS’. Dit is de afkorting van ‘functional endoscopic sinus surgery’. Deze operatie gebeurt onder volledige verdoving (narcose). Meestal kunt u op de dag van de operatie aan het einde van de middag al naar huis.

Voorbereiding op de operatie

  • De week vóór de operatie mag u geen aspirine gebruiken. Dit middel kan de bloedstolling verminderen, waardoor meer kans bestaat op nabloeding. Het gebruik van Paracetamol is geen probleem.
  • Als u medicijnen gebruikt, moeten deze volgens afspraak (indien nodig met weinig water) worden ingenomen, tenzij uw arts/anesthesist dit anders heeft voorgeschreven.
  • Ten aanzien van het nuchter blijven op de dag van de operatie dient u de adviezen in de folder ‘Anesthesie en pijnstilling rondom een operatie’ nauwkeurig op te volgen. Deze folder ontvangt bij uw preoperatieve screening.

Wat kunt u na de operatie verwachten

U moet er rekening mee houden dat uw neus na de operatie zeker nog niet genezen is. Eigenlijk begint de genezing pas na de operatie. Doordat de arts de ontstoken neusbijholte heeft opengelegd, kunnen de ontstekingsproducten voor het eerst de neusbijholte verlaten. Het herstel kan weken tot soms wel 3 maanden duren. Na de operatie vertelt uw KNO-arts wat u moet doen om te zorgen dat uw neusbijholte zo goed mogelijk schoon wordt. Dit wordt hieronder ook beschreven.
U mag in ieder geval de eerste paar dagen na de operatie uw neus niet snuiten, omdat dan lucht en ontstekingsproducten buiten het zeefbeen geperst kunnen worden. Tijdens de eerste dagen na de operatie bestaat de kans dat een beetje vers bloed of wat bloederig slijm uit uw neus komt. Soms kunnen zelfs oude bloedresten de neus verlaten. Dit stopt meestal na enige tijd vanzelf.

Neusspoelen na operatie

Het schoonhouden (spoelen) van uw neus is zeer belangrijk. Zo kunt u uw neus/neusbijholten schoonhouden en korstjes en infecties voorkomen.
Het spoelen is effectiever met een ruime hoeveelheid zoutoplossing en een lage spoeldruk in plaats van een kleine hoeveelheid met hoge druk.

Benodigdheden:
1 afgestreken theelepel keukenzout oplossen in een mok (200 ml) lauw-warm kraanwater of een afgestreken eetlepel zout oplossen in 1 liter water. Het water hoeft niet gekookt te worden, Nederlands kraanwater is voldoende schoon. Daarnaast heb je een spuit van 20 of 50 ml nodig of neuskan/neusdouche.

Spoelen met neuskan

  1. Vul het kannetje met de zoutoplossing.
  2. U buigt over de wasbak en draait uw hoofd iets opzij.
  3. U zet het tuitje vervolgens tegen het bovenliggende neusgat en spoelt langzaam de neus.
  4. Laat het resterende water uit de neus lekken.
  5. Draai daarna uw hoofd en herhaal de bovenstaande stappen bij het andere neusgat.

Spoelen met spuitje

  1. Vul het spuitje met de zoutoplossing.
  2. U buigt over de wasbak en draait uw hoofd iets opzij.
  3. Spuit vervolgens in het bovenliggende neusgat het spuitje langzaam leeg terwijl u een langdurige G-klank zegt. Hierdoor sluit het zachte gehemelte uw neus af en komt de zoutoplossing zo min mogelijk achter in uw keel. Als het water toch in de keel komt, smaakt het flauw en niet echt zout. U kunt dit in de wasbak uitspugen. Meestal loopt het water via het onderliggende neusgat weer naar buiten.
  4. Laat het resterende water uit de neus lekken.
  5. Draai daarna uw hoofd en herhaal de bovenstaande stappen bij het andere neusgat.

Verder:

  • Spoel uw neus op deze manier zeker 3x per dag. De eerste dagen na operaties aan de neusbijholten moet dit 6x. Zolang er snot en/of bloed uit uw neus komt, blijft u spoelen. Het spoelen is, ook bij jarenlange toepassing, volstrekt ongevaarlijk.
  • Daarnaast vindt u op onze website een handige video over neusspoelen: www.annaziekenhuis.nl/neusspoelen (onder het kopje 'Meer informatie').
  • Het is normaal als u vlak na de operatie een beetje bloed verliest tijdens het spoelen. Probeer bij flinke bloedingen de neus zachtjes leeg te blazen en druk vervolgens de neus dicht (soms wel 20 minuten).
  • U mag zo lang blijven spoelen als u denkt dat nodig is of u prettig vindt.

Complicaties

Bij iedere operatie, ook een operatie aan de neusbijholten, is sprake van enig risico. De meest voorkomende complicatie is een infectie of een nabloeding. Indien u bloedverdunnende medicatie gebruikt of lijdt aan een bloedstollingsstoornis dient u dit vooraf aan uw KNO-arts te melden.

Welk resultaat kunt u verwachten

Hierover kunnen wij moeilijk een uitspraak doen, omdat er verschillende redenen bestaan voor een operatie aan uw neusbijholten (zie ‘Wanneer is een operatie nodig?’ op pagina 4).Uw arts probeert zo zorgvuldig mogelijk in te schatten, hoe groot in uw geval de kans is dat uw klachten afnemen. Hierbij zal de oorzaak van uw klachten, uw gezondheid, de mate waarin u zich aan de leefregels houdt (inclusief het spoelen), uw verwachting en het risico op complicaties meegewogen worden.

Leefregels na de operatie

  • De eerste week na ontslag rust nemen.
  • Zwaar fysiek werk de eerste 2 weken vermijden.
  • U mag na 2 weken weer zwemmen, fietsen/sporten.
  • U mag uw neus 2 weken niet snuiten, ophalen mag wel.
  • Als u moet niezen, nies dan met open mond.
  • U mag na de behandeling weer baden en douchen, echter niet te heet.
  • Tot aan de controle bij uw specialist, moet u minimaal 6x daags uw neus spoelen (zie kopje ‘Neusspoelen na operaties’).

 

Roken

Als u rookt is dit hét moment om hiermee te stoppen! Als u niet wilt of kunt stoppen, wacht dan in ieder geval met roken tot 14 dagen na de ingreep! Dit zal het herstel versnellen en verbeteren.

Controle-afspraak

Het kan gebeuren dat er aan het einde van de operatie tampons in uw neus zijn geplaatst. In dat geval worden deze de volgende dag, of tijdens eerste controle bij de KNO-arts, uit uw neus gehaald. Tegelijkertijd wordt uw neus schoongemaakt. Omdat dit gevoelig kan zijn krijgt u eventueel vooraf een verdovende neusspray. Tijdens uw herstel zult u een aantal nacontroles hebben bij de KNO-arts. Voor deze nacontroles zijn reeds afspraken gemaakt. Zie hiervoor uw afsprakenkaartje.

Wat te doen bij problemen

Mochten er zich problemen voordoen, dan kunt u altijd bellen naar:

Tijdens kantooruren:
8.30 - 17.00 uur : polikliniek KNO 040 - 286 4852

Na 17.00 uur en in het weekend :
SEH (spoedeisende hulp) 040 - 286 4834
of de dienstdoende huisarts.

Op de dag van de ingreep:
7.00 - 20.00 uur :
afdeling dagbehandeling 040 - 286 4844
afdeling chirurgie 040 - 286 4843

Monitoren zorg en kwaliteitsverbetering

Om uw klachten na de operatie te monitoren en de kwaliteit van onze zorg te verbeteren, willen we u op een paar momenten graag nog enkele vragen stellen over uw klachten. Dit zal plaatsvinden op het moment dat u in aanmerking komt voor een operatie en bij uw laatste controle afspraak.

Heeft u nog vragen?

Deze folder is niet bedoeld als vervanging van de mondelinge informatie, maar als aanvulling hierop. Hierdoor is het mogelijk om thuis alles nog eens rustig na te lezen. Heeft u nog vragen, neem dan contact op met de polikliniek KNO, route 15, telefoon: 040 - 286 4852.

U kunt voor meer informatie ook kijken op https://www.kno.nl/ patienten-informatie/neus/