Benigne Paroxysmale Positie Duizeligheid

St. Anna Logo

U bent mogelijk verwezen door uw huisarts in verband met duizeligheidklachten die aanvalsgewijs optreden en bewegingsafhankelijk zijn. Dit wordt Benigne Paroxysmale Positie Duizeligheid genoemd en in het vervolg afgekort als BPPD.

Hier leest u algemene, aanvullende informatie over deze aandoening. Het is goed om u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan hier beschreven.

 

Wat is BPPD

Benigne Paroxysmale positie Duizeligheid (BPPD) staat voor een goedaardige aanvalsgewijze bewegingsafhankelijke duizeligheid. Deze wordt veroorzaakt in het binnenoor door de aanwezigheid van oorkristallen. Het is de meest voorkomende aandoening van het evenwichtsorgaan met kortdurende aanvallen van draaiduizeligheid. Met draaiduizeligheid wordt een evenwichtsstoornis bedoeld waarbij men de wereld ziet tollen bij het open houden van de ogen.

Oorzaak

Bij het linker en rechter oor bevindt zich een evenwichtsorgaan. Het onderdeel van het evenwichtsorgaan dat draaibewegingen van het hoofd registreert, bestaat uit kleine kanaaltjes in de vorm van een halve cirkel. Daarin zit vocht en een soort kam die buigt bij stroming van dit vocht. Als u het hoofd draait, zal het vocht vertraagt meedraaien en de kam buigen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een glas water wat snel wordt gedraaid: het water draait vertraagd mee en draait door na het stoppen van de draaibeweging van het glas. De bewegingen van de kam geeft stimulatie van de evenwichtszenuw. Klontering van afbraakstoffen of losse kristallen in een kanaal kunnen als een soort plug werken.

Bij draaiing van het hoofd zakt de klontering langzaam naar het laagste punt in het kanaal. Dit geeft een vertraagd, versterkt en kortdurend draaigevoel bij het draaien van het hoofd. De klachten komen het meest voor na rust. BPPD kan optreden na een hoofdongeval, een ooroperatie, bij een ontsteking of doorbloedingsstoornis van het binnenoor of na langdurige bedrust. In de meeste gevallen is er echter geen duidelijke oorzaak aantoonbaar.

Klachten

De klachten worden uitgelokt door draaiing van het hoofd schuin achterover. Een typische aanval bestaat uit:

  • Draaiduizeligheid opgewekt door achterover gaan liggen, opkijken, bukken, omdraaien in bed op de aangedane zijde en snel omkijken.
  • Kort heftig gevoel om voorover te vallen. Hierbij ziet u de wereld tollen. U voelt zich  misselijk en u braakt soms. 
  • Als u de houding volhoudt, verdwijnt de draaisensatie. De eigenlijke draaisensatie duurt niet langer dan een minuut. Bij terugdraaien van het hoofd kunnen de klachten opnieuw optreden.
  • De aanvallen komen meerderen keren per dag voor, voornamelijk na rust.
  • De aanvallen worden meestal spontaan minder heftig en kunnen spontaan weggaan. Er is een kans dat de aanvallen weer terugkeren. Het gehoor is verder goed, tussen de aanvallen heeft u geen of vrijwel geen klachten.
  • De draaiduizeligheid wordt niet opgewekt door persen of harde geluiden.

Het onderzoek

U hebt inmiddels een algemeen lichamelijk neurologisch onderzoek gehad en onderzoek van  uw gehoor, en dat is bij u niet afwijkend. Een speciale test voor de bovenbeschreven BPPD is de zogenaamde kiepproef die de arts bij u gaat doen.

U zit rechtop en kijkt 45 graden naar opzij. Vervolgens wordt u met een snelle beweging naar achter neergelegd. Daarbij houdt u het hoofd iets lager dan de rest van uw lichaam en de ogen zijn geopend. Dit kan de typische draaisensatie opwekken. De arts ziet dan bij u de spontane draaibewegingen van de ogen. Het bewegen van de ogen ontstaat geleidelijk en verdwijnt ook weer binnen een minuut.

Behandeling

Als de diagnose BPPD door de arts is gesteld, zijn er speciale behandelmogelijkheden. De behandeling bestaat uit het verplaatsen van de oorkristallen naar een minder gevoelige plaats in uw oor.

De hiernavolgende behandeling van BPPD is van toepassing bij losliggende klontering in het achterste kanaal. Spontaan herstel treedt op bij ongeveer 30 procent van de klachten. Bewegingen van het hoofd en het opwekken van de klachten is voor het herstel beter dan voorzichtig zijn. Medicijnen hebben geen gunstig effect.

De manoeuvre van Epley

Hieronder vindt u afbeeldingen van de manoeuvre van Epley. Nadat u deze oefeningen een keer onder begeleiding hebt uitgevoerd, kunt u deze zelf herhalen. Na de oefeningen kunt u zich nog een halve dag onzeker voelen, maar zonder de typische  draaisensatie. De behandeling is niet gevaarlijk en kan meerdere keren worden herhaald. De neuroloog bespreekt dit met u. Zelf kunt u deze behandeling drie keer per dag herhalen en binnen een week kunt u verbetering voelen.

Deze tekening laat zien hoe u aan de oefening begint als u klachten hebt aan het linker evenwichtsorgaan. Als u rechts klachten hebt, begint u met uw hoofd naar rechts gedraaid en draait dan naar links. U begint in zittende houding en draait uw hoofd 45 graden. Leg een kussen achter u, zodat dit onder uw schouders komt als u gaat liggen.

Ga snel liggen met uw hoofd iets gedraaid en houdt uw hoofd laag. Blijf 30-60 seconden zo liggen, afhankelijk van de duizeligheid. De neuroloog meet de duizeligheid door uw ogen te observeren. Vooral de eerste 10 seconden voelt u zich waarschijnlijk duizelig.

Draai nu uw hoofd naar de andere kant en houdt uw hoofd laag. Houd dit ook weer 30-60 seconden vol. Ook nu kunt u zich weer duizelig voelen.

Draai hierna uw hele lichaam op uw zijde. Beweeg uw hoofd mee, zodat uw neus naar beneden wijst. Ook deze houding weer 30 seconden vasthouden. Op dat moment kan de duizeligheid weer optreden.

Ten slotte gaat u weer rechtop zitten. Het is heel normaal dat u zich nu enkele seconden duizelig voelt. Laat het hoofd een beetje hangen, gedurende een minuut. Herhaal hierna de hele oefening nog twee of meerdere malen.

Hoe omgaan met BPPD

Een aantal aanpassingen in uw dagelijkse activiteiten kunnen ervoor zorgen dat de klachten zo minimaal mogelijk aanwezig zijn. U kunt dit op de volgende manieren beïnvloeden:

  • Gebruik ’s nachts twee of meer kussens;
  • Voorkom slapen op de kant waar u klachten heeft;
  • Sta rustig op en blijf even op de rand van het bed zitten;
  • Voorkom vooroverbuigen om iets op te pakken;
  • Buig het hoofd niet te ver naar achteren als u naar boven kijkt.