Pijnstilling tijdens de bevalling

iStock_000014394161Large.jpg
St. Anna Logo

Aan het eind van uw zwangerschap bereidt uw baarmoeder zich voor op de bevalling. Dit merkt u door het regelmatig samentrekken van uw baarmoeder en soms door het breken van de vliezen. Deze voorweeën komen in het begin om de 4 tot 5 minuten en duren ongeveer een halve minuut. Van deze voorweeën heeft u nog niet zo veel last. Als de weeën heviger en pijnlijker zijn en elkaar in kortere tijd opvolgen, begint de ontsluitingsfase. Naarmate de ontsluitingsfase vordert, neemt ook de pijn toe. Iedere vrouw beleeft deze pijn anders. De grootte en ligging van het kind, de bouw van het bekken en het aantal kinderen dat u al gebaard heeft, beïnvloeden ook de pijnbeleving. Ontspannings- en ademhalingsoefeningen kunnen ervoor zorgen dat u de pijn van de weeën beter opvangt en de ontsluitingsfase en bevalling mogelijk zonder pijnstilling doorstaat.

Als u pijnstilling nodig heeft tijdens de bevalling, zijn hiervoor drie mogelijkheden. U kunt kiezen voor een injectie met een sterk pijnstillend middel in uw spier. Hierdoor neemt de pijn van ontsluitingsweeën af, maar de pijn gaat niet helemaal weg. Een pijnstillende injectie is meestal niet meer mogelijk als de geboorte van uw kindje binnen de 2 uur verwacht wordt. U kunt kiezen voor een ruggenprik waarbij u pijnverdovende medicatie krijgt toegediend via een klein slangetje in uw rug. In enkele gevallen kunt u een sterk pijnstillend middel krijgen via een infuus.  

 

Pijnstilling tijdens de bevalling in het Anna Ziekenhuis

In het Geboortecentrum Anna in het Anna Ziekenhuis in Geldrop kunt u bij uw bevalling tijdens de ontsluitingsfase pijnstilling krijgen. Dit kan met een injectie in de spier, met een ruggenprik of in enkele gevallen via een infuus. Ook pijnstilling via een ruggenprik is een 24/7-service. Dat wil zeggen dat een ruggenprik op elke dag van de week en op elk tijdstip van de dag (zowel overdag als ’s nachts) mogelijk is.

Het proces

Beslissing tot een ruggenprik

De ruggenprik of epidurale verdoving is een medische handeling. De beslissing tot het toepassen van deze pijnstilling gebeurt in overleg met u, uw gynaecoloog, de verloskundige en de anesthesioloog. Soms is een ruggenprik niet mogelijk. Bijvoorbeeld als u stollingsstoornissen, een zwangerschapsvergiftiging of een lokale infectie van de huid heeft ter hoogte van de punctieplaats. Ook na bepaalde rugoperaties kan het onmogelijk zijn een slangetje (epiduraalkatheter) in uw rug te plaatsen.

Inbrengen van een infuus

U krijgt een infuus (een slangetje) in uw arm voor de toediening van vocht. Dit is nodig om uw bloeddruk stabiel te kunnen houden.

Inbrengen van de epiduraalkatheter

Het inbrengen van de epiduraalkatheter gebeurt op de uitslaapkamer. Uw partner mag mee. U gaat op uw zij liggen of gebogen op bed zitten. De anesthesioloog verdooft met een spuitje plaatselijk uw rug en brengt daarna in uw rug tussen 2 wervels een naald in. Als de naald goed zit, schuift de arts hierdoor een fijn slangetje (epiduraalkatheter) in uw rug naar het gebied van de zenuwen die de pijn van de weeën geleiden. De naald wordt daarna verwijderd en het slangetje blijft zitten. Op uw rug wordt de epiduraalkatheter vastgeplakt met een pleister. Op het slangetje sluiten we een pompje aan dat continu pijnmedicatie afgeeft.

Inbrengen van een blaaskatheter

Als u terug komt op de kraamsuite, brengt de verpleegkundige via uw plasbuis een slangetje in uw blaas (blaaskatheter). Dit slangetje zorgt ervoor dat uw blaas leeg blijft tijdens de ontsluitingsfase. Dit is nodig omdat u door de verdoving niet voelt of u een volle blaas heeft. Door een volle blaas kunnen de weeën afzwakken en kan uw kindje niet goed indalen.

Het effect van de ruggenprik

Het duurt ongeveer 30 minuten voordat u volledig pijnvrij bent. Zo nodig stellen we de dosering bij. Uiteindelijk voelt u de pijn van de weeën niet meer. De weeën gaan wel door en ook de voortgang van de ontsluiting. Door de verdoving kan het zijn dat u minder controle over en minder kracht in uw benen heeft. U kunt hierdoor niet meer uit bed. Soms treedt tijdelijk jeuk op. Ook kunt u koorts krijgen. In dat geval krijgt u antibiotica toegediend.

Controles tijdens de verdoving door een ruggenprik

We controleren ieder kwartier uw pols- en bloeddruk, eventueel met bewakingsapparatuur. De hartslag van uw kindje wordt continu bewaakt en uw bloeddruk en weeën worden geregistreerd. Het kan zijn uw weeënactiviteit afneemt door de verdoving. Dan krijgt u via uw infuus medicijnen om de weeën weer sterker te maken.

Beëindiging van de verdoving door een ruggenprik

Tegen het einde van de ontsluitingsfase stoppen we soms de pomp met pijnstillers. Het is de bedoeling dat u de persweeën wel kunt voelen. Dan kunt u met elke perswee meepersen bij de uiteindelijke bevalling en de geboorte van uw baby.

Stel uw vraagWij beantwoorden uw vraag binnen 2 werkdagen

Wij kunnen u via dit formulier geen antwoord geven op medisch inhoudelijke- en spoedvragen. Een afspraak maken kan alleen telefonisch. Neemt u contact op met uw huisarts/ behandelend arts als u vragen heeft over uw persoonlijke gezondheidstoestand, diagnose of een behandeling.