Pacemaker implantatie

St. Anna Logo

Inleiding

U komt binnenkort voor een pacemaker implantatie naar het Anna Ziekenhuis. Het inbrengen van een pacemaker gebeurt op de afdeling radiologie en is een kleine operatie onder plaatselijke verdoving.

Waarom een pacemaker

Uw hartslag is te traag of er treden korte pauzes in het hartritme op. Dit kan klachten geven van vermoeidheid, duizeligheid of flauwvallen. Een pacemaker (Engels voor "gangmaker") kan uw hart terug op de normale snelheid laten kloppen, continu of alleen als er pauzes in het hartritme optreden. Hiervoor geeft de pacemaker in het tempo wat nodig is kleine, niet-voelbare elektrische impulsen. De pacemaker zelf is een klein apparaatje dat onderhuids onder het rechter of linker sleutelbeen  geplaatst wordt. De pacemaker is via een ader met het hart verbonden door één of twee draden en houdt voortdurend uw hartslag in de gaten, en valt in wanneer deze te traag wordt zonder dat u dit merkt.

Voorbereiding

  • Als u ergens allergisch voor bent, moet u dit melden.
  • Het gebruik van bloedverdunners moet gestopt worden:
    • Het stoppen van Marcoumar (fenprocoumon) en Sintromitis (acenocoumarol) gebeurt in overleg met de trombosedienst en/of uw behandelend cardioloog.
    • Apixaban, Edoxaban, Dabigatran of Rivaroxaban in overleg met uw cardioloog stoppen.
    • Soms moeten Ascal of Plavix in overleg met uw cardioloog gestopt worden.
  • Zaken betreffende medicatie altijd overleggen met de cardioloog.

U neemt de volgende spullen mee naar het ziekenhuis

  • Uw medicijnen in de originele doosjes.
  • Toiletspullen, nachtgoed.
  • Iets te lezen e.d.
  • Als u gebruik wilt maken van de televisie, overleg dat dan met de verpleegkundige.

De dag van de ingreep

  • U mag de ochtend van de ingreep uw medicatie innemen behalve:
    • Bloedverdunners (tenzij anders is afgesproken).
    • Diuretica (plastabletten): als de ingreep na de middag plaats vindt, mag u de ochtenddosering wel innemen. Als de ingreep ’s ochtends plaats vindt, mag u de ochtenddosering na de ingreep innemen.
    • Insuline: wanneer u normaal heeft gegeten, moet u uw normale dosering spuiten. Als u niet/ weinig heeft mogen eten, moet de dosering in overleg met de arts aangepast worden.
  • Er worden, op de afdeling waar u opgenomen wordt, gegevens genoteerd zoals bloeddruk, pols, lengte, gewicht en temperatuur.
  • Als u de bloedverdunners Marcoumar of Sintromitis  gebruikte, wordt er bloed geprikt om de waarden te controleren.
  • Bij een temperatuur hoger dan 38ºC wordt overlegd met de cardioloog of de ingreep toch kan plaats vinden.
  • U wordt verzocht geen sierraden te dragen. Laat deze liever thuis.
  • Een bril mag opblijven tijdens de behandeling.
  • Contactlenzen, gehoorapparaat en gebitsprothese hoeven niet verwijderd te worden.
  • Als het nodig is wordt op de afdeling de linker of rechter borsthelft ruim geschoren met een tondeuse door u zelf of een verpleegkundige.
  • Er wordt een infuusnaaldje ingebracht in de hand of arm.
  • Ongeveer een half uur voor de ingreep krijgt u een rustgevend tabletje en antibiotica via het infuus. Ga voor de ingreep naar het toilet.
  • Uw eigen kleding moet uit en u krijgt een ziekenhuisjasje aan.
  • U wordt met het bed door vrijwilligers naar de afdeling radiologie gebracht, waar de ingreep zal plaatsvinden.
  • De ingreep vindt zoveel mogelijk plaats op de afgesproken tijd. Soms is het noodzakelijk daarvan af te wijken. Het kan zijn dat u eerder of later geholpen wordt.

Hoe verloopt de ingreep

Op de onderzoekskamer schuift u vanuit het bed op de smalle onderzoekstafel over. U wordt aangesloten op een E.C.G.-monitor. Tijdens de gehele behandeling houden wij uw hartritme in de gaten. Als u iets onaangenaams voelt, zeg dit dan meteen.

Het ziekenhuisjasje gaat uit en de linker of rechter borsthelft wordt gedesinfecteerd. U krijgt een steriel laken over u heen waar u uw handen onder moet laten liggen in verband met steriliteit. Uw hoofd blijft vrij. De cardioloog geeft een plaatselijke verdoving ter hoogte van het sleutelbeen. Ondanks de verdoving kan het gevoelig blijven, geef aan als het pijn doet. Tijdens een gedeelte van de ingreep komt het röntgenapparaat boven u te staan. Het kan zijn dat u even hartkloppingen voelt tijdens het positioneren van de draden. De draden worden verbonden met de pacemaker en   samen worden die in de ruimte onder de huid geplaatst. De wond wordt gesloten met hechtingen en eventueel huidlijm. Daarna wordt er een pleister opgeplakt.

Direct na de implantatie controleert de pacemaker technicus de instellingen van de pacemaker.

De ingreep duurt één tot anderhalf uur.

Als u klaar bent schuift u van de onderzoektafel over in uw eigen bed en wordt u door de vrijwilligers terug naar de afdeling gebracht.

Na de ingreep

Als de implantatie in de ochtend plaatsvindt mag u aan het einde van de dag naar huis. Als de implantatie in de middag plaatsvindt mag u de volgende ochtend naar huis.

U moet gedurende 3 uur na de ingreep bedrust houden, waarbij de hoofdsteun maximaal 30 graden omhoog mag.
De eerste 24 uur na de ingreep mag u alleen op uw rug of linkerzijde liggen als de pacemaker rechts is ingebracht. Bij implantatie links op uw rug of rechterzijde

De arm aan de kant van de pacemaker mag u 6 weken niet hoger dan uw schouder brengen omdat de elektroden tijd nodig hebben om in de hartwand vast te groeien. De pacemakerdraden worden aan de borstspier gefixeerd, wanneer de arm teveel bewogen wordt kan het zijn dat de pacemakerdraden losraken en zich verplaatsen, waardoor het systeem niet meer goed werkt. Een nieuwe ingreep met het opnieuw vastschroeven van de draden zou dan nodig kunnen zijn.

U wordt aangesloten aan de telemetrie om uw hartritme in de gaten te houden. Hebt u na de ingreep ergens last van, meldt dit dan meteen aan de verpleegkundige.

Voor u naar huis gaat, wordt er een röntgenfoto gemaakt om de ligging van de pacemakerdraden te controleren. Ook wordt de werking van de pacemaker gecontroleerd door de pacemakertechnicus.

Regels voor thuis

Wondverzorging
De wond de eerste 5 dagen droog houden. Na 5 dagen mag u de pleister verwijderen en als de wond droog is, hoeft u er niets meer op te plakken. Korstjes op de wond vallen er vanzelf af, krabt u niet vanwege infectiegevaar.

Oplosbare hechtingen of lijm zullen vanzelf verdwijnen.
Als er onoplosbare hechtingen zijn gebruikt, moeten deze na 7 dagen bij de huisarts verwijderd worden.

Baden/douchen
De wond de eerste 5 dagen droog houden. Daarna mag u kortdurend douchen tot de wond geheel gesloten is. De eerste 2 weken na de implantatie mag u niet in bad, zwemmen of naar de sauna.

Pijnmedicatie
De plek waar de pacemaker is geïmplanteerd, blijft nog een aantal dagen gevoelig. Indien nodig mag u bij wondpijn paracetomol 500mg om de vier uur gebruiken met een maximum van 6 tabletten per dag. Dit gedurende de eerste 3 dagen.

Autorijden
Na het plaatsen van de pacemaker mag u een maand niet autorijden. Dat heeft te maken met de genezing van de wond en het gewenningsproces aan de pacemaker zelf. Ook zou kort na de implantatie een elektrode los kunnen raken van de hartwand. De pacemaker verliest het contact met het hart en werkt niet meer. U zou dan uw oude klachten weer terug kunnen krijgen.

Lichamelijke activiteit
De eerste 6 weken na de ingreep mag u de arm aan de kant van de pacemaker niet zwaar belasten en niet boven uw hoofd verheffen. Dit betekent in de praktijk dat u bijvoorbeeld geen zware boodschappen mag tillen en voorzichtig moet doen met het aantrekken van een shirt. Wel moet u uw arm verder gewoon blijven gebruiken om stijfheid te voorkomen.

Sporten
Na 6 weken mag u het sporten weer hervatten.

Controle afspraak

Direct na de implantatie wordt de pacemaker gecontroleerd en ingesteld. Daarna zult u regelmatig op controle moeten komen bij de pacemaker technicus en/ of de cardioloog

Bij de controle wordt de werking van de pacemaker en de werking van de batterij gemeten. Er kan ruim van tevoren geconstateerd worden wanneer de batterij van uw pacemaker aan vervanging toe is. Het is belangrijk om te weten dat de batterij van een pacemaker nooit plotseling leeg raakt. Gemiddeld gaat een batterij vijf tot tien jaar mee. Als de batterij van uw pacemaker bijna leeg is, krijgt u een nieuwe pacemaker.

Het dagelijks leven met een pacemaker

Net nadat u de pacemaker heeft gekregen voelt u mogelijk een tijdlang de elektroden trekken. In het begin mag u geen extreme rek- en strekbewegingen maken. De draden moeten eerst nog vastgroeien.

Verder zult u in het dagelijks leven vrijwel niets merken van het feit dat u een pacemaker draagt. U kunt alle dagelijkse bezigheden normaal blijven doen. De meeste patiënten zeggen dat zij na ongeveer een half jaar aan de pacemaker gewend zijn.

Wandelen, fietsen en sporten zijn in principe allemaal mogelijk met een pacemaker. Alleen bij bepaalde contactsporten (vecht/ balsporten) kan een klap of trap op de plek waar uw pacemaker zit, erg pijnlijk zijn. De pacemaker zelf zal hierdoor niet kapot gaan maar er is wel een kleine kans dat de aansluiting van een pacemaker elektrode knapt.

Beïnvloeding door elektrische apparaten is uitzonderlijk, zeker voor apparatuur die in en om het huis gebruikt wordt. Bij twijfel kunt u het beste overleggen met uw cardioloog of pacemakertechnicus tijdens uw opname of controles.

Complicaties

Bij elke ingreep kunnen complicaties optreden. Een specialist zal dan ook altijd het belang van de ingreep afwegen tegenover de eventuele complicaties. De complicaties die bij deze ingreep kunnen optreden, zal de cardioloog met u bespreken.

Wat te doen bij dringende problemen?

Bij bijzonderheden zoals: koorts (hoger dan 38ºC), nabloeden of andere klachten of problemen, kunt u contact opnemen met:

  • 8.30 - 17.00 uur: polikliniek cardiologie, tel.: 040 - 286 48 80
  • Na 17.00 uur en in het weekend: spoedeisende hulp (SEH), tel.: 040 - 286 48 34