Blaasspoelen met BCG

St. Anna Logo

Waarom blaasspoelingen

Van uw behandelend uroloog heeft u gehoord dat in uw blaas poliepen zijn geconstateerd. Deze poliepen kunnen in principe kwaadaardig zijn, maar zij blijven beperkt tot het slijmvlies van de blaas. Zij kunnen met een kleine operatie via de plasbuis in hun geheel verwijderd worden (transurethrale resectie).

Bij meer dan 50% van de patiënten zullen zij echter terugkeren, waarbij zij soms langzaam kwaadaardiger worden en verder de blaaswand ingroeien. Daarom is het vaak niet voldoende om uitsluitend de poliepen te verwijderen. Even belangrijk is het om te verhinderen dat zij terugkeren. Met behulp van poliklinische blaasspoelingen is het mogelijk de kans dat deze poliepen terugkomen, te verkleinen. Voor deze blaasspoelingen worden meerdere medicijnen gebruikt. De uroloog bepaalt welk middel noodzakelijk is. In uw geval heeft de uroloog gekozen voor BCG spoeling. BCG bestaat uit een oplossing van verzwakte tuberculose bacteriën en is effectief tegen blaaspoliepen.

Vooraf kan uw uroloog geen garantie bieden of in uw individueel geval de spoelingen op korte of lange termijn succesvol zullen zijn.

Het aantal blaasspoelingen    

Ongeveer 6 weken na de operatie (transurethrale resectie) komt u op de polikliniek  voor de eerste blaasspoeling. De behandeling wordt gestart met iedere week één blaasspoeling, gedurende 6 weken (week 1 t/m 6).

Drie maanden na deze eerste 6 weken krijgt u 3 weken achter elkaar één keer per week een spoeling (week 18 t/m 20). Vervolgens krijgt u wekelijks één spoeling in week 32 t/m 34. Daarna om de 6 maanden een spoeling, tot 3 jaar na de operatie.

Voorbereiding

Het is van belang dat uw blaas helemaal vrij is van poliepen, voordat u met de behandeling begint. Voordat u met de spoelingen begint, nemen wij 5 weken na de operatie een urinekweek bij u af. Dit om infectie uit te sluiten. Als een infectie bij u wordt geconstateerd, stellen wij de spoeling uit.

Ongeveer 6 weken na de operatie (transurethrale resectie) komt u op de polikliniek  voor de eerste blaasspoeling. Vóór elke nieuwe blaasspoeling vragen wij u naar de mogelijke bijwerkingen van de vorige blaaspoelingen.

Wanneer u  24 uur voor de blaasspoeling nog bloed bij uw urine heeft gehad, neemt u dan contact op met polikliniek urologie. De blaasspoeling wordt dan uitgesteld.

Voorafgaande aan en tijdens de blaasspoeling moet u uw vochtinname zoveel mogelijk beperken. Wij hanteren de volgende regels:

  • 4 uur voorafgaand aan de spoeling en tijdens de spoeling geen of beperkte vochtinname;
  • bij gebruik van plasmiddelen deze pas na de spoeling innemen.

De reden hiervoor is om te zorgen dat:

  • de spoeling niet onnodig verdund wordt met urine;
  • geen vroegtijdig aandrang tot urineren ontstaat.

Procedure

Een verpleegkundige brengt een katheter in uw blaas in. Eventueel aanwezige urine wordt opgevangen. Hierna wordt het medicijn door de katheter in de blaas gebracht. Daarna wordt de katheter verwijderd. U moet nu proberen het medicijn tenminste 1 uur, maar bij voorkeur 2 uur in uw blaas te houden.

Leefregels na een blaasspoeling

Direct na de blaasspoeling mag u het ziekenhuis verlaten. Het medicijn wordt thuis, na voldoende inwerking, na 1 à 2 uur uitgeplast. Als u de eerste keer na de blaasspoeling plast, kan er lucht vrijkomen die is
ingespoten bij de blaasspoeling. Hieronder beschrijven wij de leefregels na de spoeling:

  • Vermijd huidcontact met de vloeistof; deze vloeistof kan huidirritatie geven. Mocht dit toch per ongeluk gebeuren wast u dan uw huid met water en zeep.
  • Patiënten (ook mannen) moeten zittend urineren en tweemaal het toilet doorspoelen met de deksel dicht.
  • Als u urine morst buiten het toilet, dan is het belangrijk dat u de omgeving goed reinigt.
  • Besmette kleding en ondergoed kunnen gewoon in de was.
  • Reinig het toilet minimaal een keer per dag met een ph neutraal schoonmaakmiddel (sopje met fijn of wol wasmiddel erin).
  • Omdat niet bekend is hoe lang eventuele resten van de spoeling achterblijven, adviseren wij u om bij alle seksuele handelingen gedurende een week een condoom te gebruiken.

Bijwerkingen

De meeste patiënten verdragen blaasspoelingen probleemloos. Als er toch bijwerkingen optreden, beperken deze zich gewoonlijk tot klachten van de blaas zoals:

  • frequente aandrang om te plassen;
  • pijnlijk of branderig gevoel in de blaas en plasbuis;
  • moeite met ophouden van de urine;
  • bloed of weefseldeeltjes bij de urine.

Vrijwel altijd zijn deze verschijnselen de dag na de spoeling verdwenen.

Zo niet, dan kunnen de symptomen zo nodig door uw uroloog bestreden worden met medicamenten. Soms kunnen behalve blaasklachten ook algemene ziekteverschijnselen voorkomen zoals koorts, koude rilling, spierpijn en griepgevoel. Bij koorts hoger dan 38,5 °C en/of algehele ziekteverschijnselen adviseren wij u dringend dezelfde dag contact op te nemen met uw behandelend uroloog of de gespecialiseerde verpleegkundige: polikliniek urologie, telefoon 040 - 286 4865.

Controle

Om het effect van de spoelingen te controleren zal uw uroloog in het eerste jaar na de verwijdering van de poliepen regelmatig in uw blaas kijken (cystoscopie). Naast de cystoscopie zal uw uroloog regelmatig de urine controleren op eventuele blaasontsteking en poliepcellen. Zijn er na één jaar controle geen poliepen teruggekomen, dan is de kans dat u poliepvrij blijft, toegenomen. Maar ook na jaren kunnen poliepen nog

opnieuw verschijnen. Het aantal keren dat uw uroloog in de volgende jaren uw blaas zal controleren, is van uw specifieke situatie afhankelijk. Dit zal uw uroloog dan met u bespreken. Mochten bepaalde spoelingen bij u niet helpen, dan kan gewoonlijk overgeschakeld worden op een ander type spoeling. Ook dit wordt dan met u besproken.

Heeft u nog vragen?

De medicijnen voor de spoeling worden de dag van uw spoeling speciaal voor u gemaakt. Mocht u verhinderd zijn en de blaasspoeling uit willen stellen, neemt u dan zo spoedig mogelijk, maar minimaal 24 uur van te voren contact met ons op.

Deze informatie betreft een algemene voorlichting en is bedoeld als extra informatie naast het gesprek met uw behandelend arts. Bijzondere omstandigheden kunnen een reden zijn voor wijzigingen in de behandeling. Dit zal uw uroloog altijd met u bespreken.

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen dan kunt u op werkdagen contact opnemen met: polikliniek urologie, telefoon 040 - 286 48 65.

Aanvullende informatie

Patiëntenvereniging leven met blaas– of nierkanker

Website: www.blaasofnierkanker.nl
Telefoon: 06-29122476
Email: lotgenotencontact@blaasofnierkanker.nl

De patiëntenvereniging zet zich in voor mensen met kanker aan de urinewegen zoals blaas- of nierkanker.