TURB (Trans Urethrale Resectie Blaas)

Onderzoek door de uroloog heeft aangetoond dat er sprake is van een poliepachtig gezwel in uw blaas. Dit gezwel moet altijd verwijderd worden, omdat het groter kan worden, bloedingen kan veroorzaken of zelfs (verder) in de spierwand van de blaas kan groeien. Verder is het ook belangrijk dat het verwijderde weefsel nader onder de microscoop wordt onderzocht, om zodoende de juiste diagnose te stellen.

De operatie

De ingreep die nodig is voor het verwijderen van het gezwel in uw blaas, wordt TURB genoemd. De letters TURB staan voor Trans Urethrale Resectie van de Blaas. Transurethraal betekent dat de operatie via de plasbuis (urethra) wordt uitgevoerd, dus via de natuurlijke weg. Resectie wil zeggen dat het gezwel via deze kijkoperatie uit de blaas wordt weggesneden met behulp van een elektrisch mesje.

De ingreep (TURB) vindt plaats onder narcose (algehele anesthesie) of onder plaatselijke verdoving via een ruggenprik (spinaal anesthesie).

Hoewel er geen uitwendig zichtbare wond is, moet u de ingreep wel als een echte operatie beschouwen. Bij de operatie brengt de uroloog een instrument in de plasbuis, waarmee hij in de blaas kan kijken.

Met dit instrument kan de uroloog ook het poliepachtig gezwel met een snijdend elektrisch mesje wegsnijden. Kleine bloedvaatjes kunnen eveneens met dit mesje worden dichtgeschroeid.

Bij deze ingreep ontstaat dus een inwendige wond in de blaas. Hierdoor kunt u tijdelijk bloed bij de urine hebben. Dit duurt soms wel 6 tot 12 weken na de operatie.

Aan het einde van de operatie krijgt u een verblijfskatheter in de blaas. Dit is een plastic slangetje dat via de plasbuis is ingebracht. Dit slangetje blijft één of meerdere dagen aanwezig. De verblijfskatheter is bedoeld om de blaas rust te geven en om bloed en eventuele bloedstolsels weg te kunnen spoelen. Voor dit wegspoelen is een spoelsysteem aan de verblijfskatheter gekoppeld.

Na de operatie

Na de operatie gaat u korte tijd naar de uitslaapkamer (recovery). Als de controles, zoals bloeddruk en ademhaling, in orde blijken, wordt u naar uw eigen kamer gebracht. Het is normaal dat de urine die via de in de blaas aanwezige verblijfskatheter afloopt, rood gekleurd is. Dit wordt geleidelijk aan minder.

De dag na de operatie krijgt u een blaasspoeling met een celdodend medicijn. De bedoeling van dit celdodend medicijn is om de kans op het terugkomen van het gezwel in de blaas te minimaliseren. Deze spoeling wordt vaak voor de ingreep al afgesproken.

Na de blaasspoeling wordt meestal de katheter verwijderd. Door zelf veel te drinken spoelt de blaas vanzelf schoon.

Wanneer na het verwijderen van de verblijfskatheter het plassen weer goed op gang is gekomen, kunt u het ziekenhuis weer verlaten.

De herstelperiode

Zes tot acht weken na de operatie is de wond in de blaas vaak voor een belangrijk deel genezen. Tot die tijd moet u extra drinken om de blaas goed te spoelen. In deze periode kunt u ook wat klachten ervaren met het plassen, zoals een schrijnend gevoel. Het plassen gaat vaak ook gepaard met meer aandrang gevoel en u zult waarschijnlijk vaker naar het toilet moeten. Dit normaliseert meestal in de loop van meerdere weken.

De urine kan soms nog bloederig zijn, wat niet verontrustend is. Om het herstel voorspoedig te laten verlopen treft u onderstaand richtlijnen en leefregels aan omtrent de nazorg thuis.

Leefregels

  • Uw urine kan 6 tot 12 weken na de operatie roze/rood van kleur zijn. Zorg ervoor dat u voldoende drinkt, minimaal 2 liter per dag. Bij geen verbetering, neem dan contact op met de poli urologie.
  • Wees matig met het gebruik van alcoholische dranken (1 à 2 glazen per dag is toegestaan).
  • U mag gedurende 2 weken niet fietsen of sporten.
  • Zorg voor een regelmatig ontlasting patroon en vermijd hard persen, o.a. door vezelrijke voeding te gebruiken.
  • Gedurende 2 weken geen zware lichamelijke arbeid verrichten.
  • Zorg voor voldoende lichaamsbeweging, maak dagelijks een wandeling.

Controleafspraak

Bij ontslag uit het ziekenhuis krijgt u een afspraak voor een poliklinische controle (meestal twee weken later). Tijdens deze controleafspraak krijgt u ook de uitslag van het weefselonderzoek te horen.

Verdere controles en behandelingen

Omdat de kans bestaat dat een poliepachtig gezwel terugkeert, is het altijd noodzakelijk dat u onder controle blijft van de uroloog. Dit houdt in dat uw uroloog met een bepaalde regelmaat in uw blaas zal kijken (cystoscopie) en soms ook urine-onderzoek zal laten doen.

Het gebeurt regelmatig dat de blaas nagespoeld dient te worden met medicijnen. Mocht dit nodig zijn, dan krijgt u hierover meer informatie. Soms is verdere behandeling noodzakelijk (bijvoorbeeld een operatie of een bestraling). Indien dit zo is, dan zal dit bij de eerste poliklinische controle na de operatie door de uroloog met u besproken worden.

Wat te doen bij vragen en problemen?

Neem contact op met poli urologie of spoedeisende hulp (SPO) bij:

  • Bloedstolsels. Als u bloedstolsels blijft plassen of het bloedverlies niet vermindert, ondanks het feit dat u extra bent gaan drinken.
  • Koorts boven de 38,5° C die langer dan 24 uur aanhoudt.
  • Ernstige brandende pijn tijdens het plassen of wanneer u niet meer kunt plassen.
  • Bij aanhoudende pijn die niet onder controle is ondanks de voorgeschreven pijnstillers of met 4 x daags 2 tabletten paracetamol van 500 mg.
  • Bij andere problemen of vragen die betrekking hebben op de ingreep.

Dagelijks 8:30 - 17:00 uur:
Polikliniek urologie: 040 - 286 48 65

Na 17:00 uur en in het weekend:
Spoedeisende hulp (SPO): 040 - 286 48 34

Met medische vragen kunt u terecht bij uw behandelend specialist.