Blaasontsteking (urineweg-infectie)

Een urineweg-infectie is de verzamelnaam voor alle infecties die betrekking hebben op de urinewegen: nier, nierkelk, urineleider, blaas en urinebuis.

Een ontsteking van de urinewegen, ofwel urineweg-infectie wordt in de volksmond meestal blaasontsteking of, wanneer er ook koorts is en pijn in de flank, nierbekkenontsteking genoemd.

Zowel bij mannen als vrouwen komt het merendeel van de bacteriën die een blaasontsteking veroorzaken uit de endeldarm of uit de vagina. Bij vrouwen is de plasbuis korter, daarom komt een blaasontsteking bij vrouwen vaker voor.

Symptomen blaasontsteking

Kenmerkende klachten van een blaasontsteking zijn pijn bij het plassen, klachten van aandrang en vaak kleine beetjes plassen. Soms doen zich bijkomende klachten voor zoals troebele en/of stinkende urine, koorts, bloed in de urine en pijn in de rug, flanken, onderbuik of genitaal-streek.

Wat kunt u zelf doen?

Drink Voldoende
Drink 1,5 tot 2 liter per dag. Door ervoor te zorgen dat u ongeveer 1,5 liter per dag plast, worden eventueel binnengekomen bacteriën gemakkelijker uitgeplast. Zo krijgen ze niet de kans een infectie te veroorzaken.

Goede stoelgang
Een goede stoelgang kan ervoor zorgen dat de blaas meer ruimte heeft in de onderbuik en zich gemakkelijker kan legen.

Cranberries
Cranberries zorgen ervoor dat sommige bacteriën zich moeilijker aan de blaaswand kunnen hechten. Deze bacteriën worden daardoor gemakkelijker uitgeplast wanneer ze in de blaas terecht zijn gekomen.

Dagelijkse hygiëne
Maak de schaamstreek alleen schoon met water, eventueel met zeep met een neutrale zuurgraad. Gewone zeep droogt de huid onnodig uit en verstoort de natuurlijke zuurgraad. Dit belemmert de werking van de goede bacteriën die juist beschermen tegen infecties.

Toiletgang – houding en afvegen
Een goede toilethouding kan helpen om beter leeg te plassen. Als er altijd urine achterblijft in de blaas na het plassen, geeft dit een verhoogde kans op blaasontsteking. Adviezen:

  • Ga plassen bij aandrang en stel niet onnodig uit.
  • Een ontspannen toilethouding helpt om goed te kunnen plassen. Het moet niet nodig zijn om tijdens het plassen te persen. Neem de tijd om rustig uit te plassen.
  • Zorg dat de voeten plat op de grond kunnen staan, gebruik desnoods een voetenbankje indien het toilet te hoog is.
  • De knieën staan losjes uit elkaar, geef uw knieën extra ruimte door de broek laag genoeg te laten zakken (broek tot onder de knieën).
  • De rug is recht. Op het einde van de plas kunt u eventueel het bekken een paar maal naar voren en naar achteren kantelen om te weten of u echt leeg hebt geplast.
  • Let erop dat u van voren naar achteren afveegt; van plasbuis opening richting anus. Dit voorkomt dat u darmbacteriën naar de plasbuis opening brengt.

Seksualiteit
Het hebben van seks verhoogt voor vrouwen de kans op een blaasontsteking. Het kan helpen om na de seks uit te plassen. Blaasontsteking komt bij vrouwen vaker voor na vrijen met een condoom of pessarium. Vooral als u ook een zaaddodend glijmiddel gebruikt. Het is beter om ongecoate condooms te gebruiken.

Vaginale bacterieflora
Bij vrouwen verandert in sommige perioden de bacterieflora in de vagina, bijvoorbeeld tijdens zwangerschap of in de overgang. Hierdoor vermindert de natuurlijke afweer tegen bacteriën die blaasontsteking veroorzaken.

Overgang
Bij vrouwen in de overgang wordt door hormonale veranderingen het slijmvlies van de vagina dunner. Hierbij kunnen klachten van vaginale droogte en jeuk optreden. Ook hierbij verandert de bacterieflora in de vagina en vermindert de natuurlijke afweer tegen bacteriën die blaasontsteking veroorzaken. Het lokaal toedienen van vrouwelijke hormonen (oestrogenen) in de vagina kan zinvol zijn om het slijmvlies te laten herstellen en blaasontsteking te voorkomen.

Behandeling van blaasontsteking

Een blaasontsteking kan thuis worden behandeld met het juiste antibioticum. Waarschijnlijk verdwijnen de klachten dan al snel. Het is belangrijk dat de medicijnen kuur wordt afgemaakt, ook als de klachten al eerder zijn verdwenen. Te snel stoppen met een antibioticum vergroot de kans dat de ontsteking terugkomt.

Als er sprake is van hoge koorts, kan er verdenking zijn van een nierbekkenontsteking. Het kan dan nodig zijn om een behandeling in het ziekenhuis te starten. Antibiotica wordt dan toegediend via een infuus zodat deze direct in het bloed terecht komt. Bij een nierbekkenontsteking is het noodzakelijk om extra onderzoek te doen. Zo kunnen eventuele andere oorzaken en aandoeningen uitgesloten worden, zoals nierstenen.

Terugkerende blaasontsteking

  • Als u vaker dan 3 keer per jaar een blaasontsteking heeft, doet uw huisarts een kweek van uw urine om vast te stellen welke bacterie de infectie veroorzaakt. Er kan dan gerichter behandeld worden.
  • Als u vaker dan 3 keer per jaar een blaasontsteking heeft, kan het zinvol zijn om antibiotica in een onderhoudsbehandeling te gaan slikken voor een periode van 3 tot 6 maanden.                                  Een onderhoudsbehandeling betekent dat u dagelijks een lage dosering antibiotica slikt om te voorkomen dat u een nieuwe blaasontsteking krijgt.
  • Als het duidelijk is dat de blaasontsteking (vaker dan 3 keer per jaar) ontstaat na seksueel contact kan het zinvol zijn om iedere keer binnen 2 uur na de seks een tablet antibiotica te slikken (maximaal 1 tablet per 24 uur). Op deze manier kan het opnieuw optreden van een blaasontsteking worden voorkomen.
  • Als u toch een blaasontsteking krijgt terwijl u een onderhoudsdosering antibiotica slikt, dient de urine gekweekt te worden om vast te stellen welke bacterie de infectie veroorzaakt. Er kan dan gerichter behandeld worden met een antibioticakuur. Wellicht heeft u een ander soort antibiotica nodig voor de onderhoudsdosering.

Heeft u nog vragen?

Deze folder is niet bedoeld als vervanging van mondelinge informatie maar als aanvulling hierop. Hierdoor is het mogelijk om alles nog eens rustig na te lezen.

Heeft u nog vragen over deze informatie, neemt u dan contact op met de polikliniek urologie, telefoon: 040 - 286 48 65.

Met medische vragen kunt u terecht bij uw behandelend specialist.