Plasdagboek (mictieliljst bijhouden)

Plasdagboek

In een plasdagboek houdt u bij hoeveel u drinkt, wanneer u naar het toilet gaat en hoeveel u dan plast. Ook kunt u in het plasdagboek bijhouden of u aandrang of urineverlies heeft.

Het plasdagboek geeft een indruk van de werking van uw blaas: hoeveel plas verzamelt zich in uw blaas, voordat u aandrang krijgt om te plassen?

Waarom een plasdagboek bijhouden?

Om uw klachten beter te kunnen beoordelen, vraagt de uroloog u om een plasdagboek in te vullen. Hierdoor wordt duidelijk hoe vaak u overdag plast en hoe vaak ‘s nachts.

Hoe vult u het dagboek in?

  • Kies een dag waarop u (vrijwel) de hele dag thuis bent.
  • In het dagboek schrijft u op hoe laat u bent opgestaan.
  • U begint met meten na de eerste ochtendplas.
  • Na elke keer dat u geplast heeft, schrijft u op hoe laat het is en hoeveel u geplast heeft.
  • Noteer ook wanneer u naar bed gaat. En hoe vaak u ’s nachts plast.

Meten van de hoeveelheid uit geplaste urine

Om te weten hoeveel u plast, vangt u de plas op in een maatbeker. Daarna leest u de hoeveelheid urine in milliliter (ml = cc) af. Deze waarde noteert u in het dagboek. Daarna spoelt u de urine door de wc. De volgende keer dat u moet plassen, vangt u opnieuw de urine op in de maatbeker en noteert u de hoeveelheid.

U meet zo elke keer dat u plast, gedurende de afgesproken dagen. U begint ‘s ochtends na de eerste ochtendplas en gaat door tot en met de eerste ochtendplas de volgende dag.

Hoe lang moet  u het plasdagboek bijhouden?

Uw uroloog spreekt met uw af hoeveel dagen u een plasdagboek bij moet houden, meestal is twee dagen (2 keer 24 uur) voldoende.

Heeft u nog vragen?

Heeft u nog vragen over dit onderzoek, neem dan contact op met de polikliniek urologie, telefoon 040 - 286 48 65.

Met medische vragen kunt u terecht bij uw behandelend specialist.