Schildwachtklieronderzoek en -verwijdering bij borstkanker

St. Anna Logo

Uw chirurg heeft met u besproken, dat binnenkort bij u een schildwachtklieronderzoek en -verwijdering (biopsie) plaatsvindt. In deze folder leest u hier meer over.

Wat is een schildwachtklieronderzoek

Met behulp van een kleine hoeveel radioactieve stof sporen we uw schildwachtklier (de eerste lymfeklier) op.

Waar vindt de procedure plaats
Het schildwachtklieronderzoek vindt plaats op de afdeling radiologie, souterrain, route 22.
De procedure wordt verdeeld over twee dagen: De dag voorafgaand aan de ingreep en op de ochtend van de ingreep zelf.

Wat is belangrijk te weten voor de procedure

Medicijnen
Als u medicijnen gebuikt mag u deze normaal blijven innemen.
Als u bloedverdunners gebruikt moet u dit melden aan uw behandelend specialist. Het kan zijn dat deze beslist dat u tijdelijk met deze medicijnen moet stoppen.

Kleding
Voor de procedure is het nodig dat u het bovenlichaam ontkleedt. Wij raden u aan uw sieraden thuis te laten

Hoe verloopt de procedure

Dag 1
Op de afdeling radiologie krijgt u een kleine hoeveelheid radioactieve stof rond de tumor in de borst gespoten door de radioloog. Dit gebeurt met twee injecties. Vervolgens krijgt u een derde injectie in de rand van de tepelhof. De inspuiting kan in de borst een branderig gevoel geven en in via lymfevaatjes naar de lymfeklieren in de oksel. Deze inspuiting duurt 15 minuten.

Masseren
Terug op de afdeling/thuis is het belangrijk dat u ongeveer ieder uur de borst rondom de injectieplaatsen gedurende ±1 minuut masseert en eventueel warm houdt. U doet dit de avond van de inspuiting, totdat u naar bed gaat. U krijgt hierover uitleg op de afdeling radiologie.

Dag 2
Op de ochtend van de operatie wordt u vanuit de afdeling, gekleed in operatiekleding, naar de afdeling radiologie gebracht.
De radioactieve stof is inmiddels opgenomen door de lymfeklier(en) in de oksel. Met behulp van opnamen wordt de schildwachtklier in beeld gebracht zodat deze met een waterproof stift op de huid kan worden gemarkeerd. Dit duurt ongeveer 30 minuten.

Hierna wordt u naar de operatiekamer gebracht.

Wat gebeurt er tijdens operatie

Na het maken van de foto’s gaat u naar de operatiekamer.

Infuus
Tijdens de operatie krijgt u vocht via een infuus in uw arm toegediend.

De operatie
Tijdens de operatie spuit de chirurg een kleine hoeveelheid blauwe kleurstof rondom de tepelhof in. Deze kleurstof volgt dezelfde route als de radioactieve stof en wordt gebruikt als extra controle om de schildwachtklier op te sporen. De schildwachtklier (soms is dit er meer dan één) wordt onder algehele narcose operatief uit de oksel verwijderd (biopsie), via een kleine snee, op de plaats van de radioactiviteit. Vervolgens wordt de huid onderhuids gehecht.

De patholoog onderzoekt de verwijderde schildwachtklier op de aanwezigheid van eventuele uitzaaiingen.

Wat gebeurt er na operatie

Infuus
Het infuus wordt verwijderd als u op de afdeling bent en u gedronken en geplast heeft en niet (meer) misselijk bent.

De kleurstof
De kleurstof die tijdens de operatie wordt ingespoten laat blauwe sporen achter op de huid rondom het gebied waar het is ingespoten. Het kan weken duren voordat deze verkleuring is verdwenen. Ter plekke is het mogelijk dat de huid iets blauwer blijft. Uw gezicht kan op de operatiedag door de kleurstof grauw van kleur zijn. Uw urine en ontlasting kunnen tijdelijk groen van kleur zijn.
Er wordt slechts een geringe hoeveelheid radioactieve stof bij het onderzoek ingespoten. Deze vormt geen gevaar voor u en uw omgeving. Na enkele dagen is deze stof uit uw lichaam verdwenen.

Wondvocht
In het operatiegebied kan een ophoping van wondvocht (seroom) ontstaan. Dit is niet verontrustend, maar kan wel vervelend zijn. Dit wondvocht wordt na enkele dagen tot weken geleidelijk aan minder.

Ontslag
Bij ontslag krijgt u een afspraak mee bij uw chirurg en de mammacare verpleegkundige, 7 - 10 dagen na de operatie. Tijdens deze afspraak wordt uw borst/wond gecontroleerd en krijgt u de uitslag van het weefsel dat onderzocht is door de patholoog.

De uitslag en informatie over nabehandelingen

Neem iemand mee
Breng zo mogelijk één van uw naasten mee naar de afspraak, waarin u duidelijkheid krijgt over de uitslag. Dit kan u helpen om thuis ook over uw ziekte en behandeling te praten.

De uitslag
De verwijderde schildwachtklier wordt microscopisch onderzocht door een patholoog. Na 7 - 10 dagen is de uitslag hiervan meestal bekend en wordt deze besproken in een multidisciplinair team, dat onder andere bestaat uit de chirurg, internist-oncoloog, radiotherapeut, radioloog en patholoog.

Nabehandelingen
In het multidisciplinaire team wordt ook besproken welke aanvullende nabehandelingen voor u het beste zouden zijn. Het kan gaan om de volgende behandelingen:

  • bestraling (radiotherapie)
  • hormonale therapie
  • chemotherapie
  • immunotherapie

Uw behandelend chirurg en mammacare verpleegkundige bespreken dit, zo nodig, met u bij de uitslag.

Mogelijke complicaties

Nabloeding
Bij elke ingreep bestaat de kans op een complicatie. Bij deze ingreep is de kans op een nabloeding zeer gering.

Infectie
Bij de schildwachtklieroperatie bestaat een kleine kans op een infectie. Dit uit zich in roodheid rondom het operatiegebied, temperatuursverhoging en zwelling. Meestal is een antibioticakuur dan noodzakelijk.

Welke leefregels zijn van toepassing

Bewegen en belasten

  • De eerste week na de operatie mag u uw arm niet te zwaar belasten, maximaal 1 kg.
  • Het onbelast bewegen van de arm is wel erg belangrijk.
  • Fietsen mag na 1 week.
  • Intensief sporten mag na 2 weken.
  • Verder mag u alles doen, al is het beter geen zware lichamelijke arbeid te verrichten tot aan het eerste polikliniekbezoek.

Andere richtlijnen

  • U mag vanaf dag 1 douchen met doucheschuim/shampoo.
  • Na 3 weken mag u in bad en/of zwemmen.
  • Na 2 weken mag u deodorant gebruiken als de wond gesloten is.
  • Uw oksel 2 weken niet ontharen.
  • Bij pijn kunt u tot 4 x daags 2 tabletten paracetamol 500 mg. innemen.
  • Om uw wond te verzorgen, kunt u de wond verbinden met een steriel gaasje. Dit niet is noodzakelijk.

Wanneer moet u contact opnemen

U moet contact opnemen bij:

  • temperatuurstijging boven 38,5° C die langer dan 24 uur duurt;
  • toenemende roodheid of zwelling van het wondgebied;
  • toenemende vochtophoping, mogelijk met pijn en bewegingsbeperking;
  • lekkage vocht/bloed uit de wond en hevige pijn.

Tijdens kantooruren kunt u contact opnemen met:
de polikliniek chirurgie, telefoon: 040 - 286 48 72.
Vraagt u dan naar de mammacare verpleegkundige, de verpleegkundig specialist of de chirurg.

Tijdens het telefonisch spreekuur kunt u contact opnemen met de mammacare verpleegkundige. Voor tijden en telefoonnummer zie folder “Mammacare verpleegkundige”. Bij geen gehoor kunt u bellen met de polikliniek chirurgie.

Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met de afdeling
spoedeisende hulp (SEH), telefoon: 040 - 286 4834.

Deze folder is niet bedoeld als vervanging van de mondelinge informatie, maar als een aanvulling hierop. Hierdoor is het mogelijk om alles nog eens rustig na te lezen.