Coloscopie met moviprep voorbereiding

St. Anna Logo

Uw arts heeft voorgesteld om bij u een coloscopie te laten doen. Bij dit onderzoek wordt met een kijkinstrument, de endoscoop, de binnenkant van uw dikke darm en, zo nodig, het laatste stukje van de dunne darm bekeken. In deze folder krijgt u meer informatie over dit onderzoek, over de voorbereiding, welke aandoeningen kunnen worden opgespoord en wat u na afloop kunt verwachten. Mocht u na het lezen van deze folder nog vragen hebben, bespreek deze dan vóór het onderzoek met uw arts of MDL (maag-, darm-, lever-) verpleegkundige.

Hoe werkt de dikke darm

De darm is een belangrijk onderdeel van het spijsverteringsstelsel. Met het spijsverteringsstelsel worden alle organen bedoeld die samen zorgen voor de voedselvertering. De darm bestaat uit twee delen: de dunne en de dikke darm.

In de dunne darm wordt voedsel door spijsverteringssappen verteerd. De vrijgekomen voedingsstoffen worden in het bloed opgenomen. Dit zijn de bouw- en brandstoffen voor het lichaam. De rest, een dunne, onverteerbare brij stroomt de dikke darm in.

De dikke darm is wijder dan de dunne darm en ongeveer 1 á 1,5 meter lang. Hij ligt als een ‘omgekeerde U’ in de buikholte. De dikke darm onttrekt water en zouten aan de brij waardoor de ontlasting wordt ingedikt. Wat overblijft is de normale vaste ontlasting. Deze wordt door het samentrekken van de dikke darm voortgeduwd naar het laatste deel van de darm: de endeldarm. Als deze vol is, krijgt u ‘aandrang’. Dit is het signaal om naar het toilet te gaan.

Een volwassen mens heeft gemiddeld 100 tot 200 gram ontlasting per dag.

Wat is een coloscopie

Met een coloscopie bekijkt de arts de binnenkant van uw dikke darm en het laatste deel van de dunne darm. Hiermee kan de arts veel te weten komen over de oorzaak van uw klachten.

Het onderzoek wordt gedaan met behulp van een kijkinstrument, de endoscoop. Een endoscoop is een dunne flexibele stuurbare slang. Aan het uiteinde zit een lampje dat de binnenkant van uw darm verlicht en een kleine camera. Hiermee is het onderzoek op een beeldscherm te volgen.

Tijdens de coloscopie kunnen foto’s worden gemaakt, zodat afwijkingen later nog eens beoordeeld kunnen worden. Van elk onderzoek wordt een schriftelijk verslag gemaakt. Al naar gelang de organen die onderzocht worden, heeft het onderzoek een andere naam. De medische term voor dikke darm is “colon”, vandaar dus de naam coloscopie.

Wat zijn de voordelen van dit onderzoek
Met een coloscopie kunnen afwijkingen aan uw dikke darm worden opgespoord, zoals zweertjes, ontstekingen, bloedingen, vernauwingen, divertikels (uitstulpingen), poliepen en gezwellen. Via de coloscoop kunnen ook kleine ingrepen worden gedaan. Hiervoor schuift de arts voorzichtig kleine instrumentjes door de endoscoop naar binnen. Er kan bijvoorbeeld een stukje weefsel worden weggenomen voor nader onderzoek. Dit noemen we een biopsie. Ook kunnen kleine poliepen worden verwijderd, vernauwingen worden opgerekt en een bloeding worden gestelpt.

Welke aandoeningen kunnen worden opgespoord
Hieronder volgt een korte omschrijving van ziektes die met coloscopie kunnen worden opgespoord.

Chronische darmontsteking
Chronische darmontstekingen zijn de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa. Bij deze ziekten is de darmwand chronisch ontstoken. Deze ontstekingsreacties gaan vaak gepaard met (ernstige) buikpijn, diarree met bloed en pus in de ontlasting. Bij beide ziekten wisselen perioden met veel klachten en perioden zonder klachten elkaar af. De oorzaak van deze ziekten is (nog) niet bekend. Zowel jonge als oude mensen kunnen erdoor  worden getroffen.

Divertikels
Dit zijn kleine uitstulpingen van de darmwand in de buikholte. Je kunt een dikke darm met divertikels het beste vergelijken met de binnenband van een fiets die op zwakke plekken door de buitenband naar buiten komt.

Divertikels geven meestal geen klachten. Als er ontlasting en bacteriën in achterblijven kunnen ze gaan ontsteken en spreken we van diverticulitis. Hierbij treden wel klachten op: koorts, misselijkheid, hevige buikpijn en diarree, soms met bloed. Divertikels ontstaan meestal na de middelbare leeftijd, waarschijnlijk door vezelarme voeding en een slechte stoelgang (verstopping).

Poliepen
Poliepen zijn kleine, meestal goedaardige gezwellen aan de binnenkant van de dikke darm. Ze kunnen verschillende vormen hebben: plat, bol, rond, als een paddenstoel of als een knoop. Poliepen variëren in grootte van enkele millimeters tot enkele centimeters. Kleine poliepen geven meestal geen klachten, grotere wel. Er kan dan bloed bij de ontlasting zitten of er kan verstopping of diarree optreden. Poliepen  kunnen op den duur kwaadaardig worden. Daarom moeten poliepen meestal worden verwijderd. Daarna kan de poliep microscopisch worden onderzocht om te bekijken of de poliep goedaardig of kwaadaardig is.

Darmkanker
Kanker van de dikke darm en de endeldarm komt veel voor, zowel bij mannen als bij vrouwen. Darmkanker ontstaat meestal als een poliep (adenoom) niet op tijd wordt ontdekt en de kans krijgt om uit te groeien tot een gezwel. Klachten kunnen zijn: bloed in de ontlasting, een veranderde stoelgang, gewichtsverlies, vermoeidheid, buikpijn en bloedarmoede. Soms zijn er geen klachten. Mensen bij wie dikke darmkanker in de familie voorkomt hebben meer kans op deze ziekte. Ook mensen met een chronische darmontsteking die meer dan tien jaar regelmatig klachten hebben, lopen een verhoogd risico op darmkanker.

Er zijn, zoals bij alle onderzoeken kleine risico’s, deze moeten met u zijn besproken tijdens het gesprek met de arts/verpleegkundige.

Op de deze pagina geven wij u uitleg over de voorbereiding voor het onderzoek

De voorbereiding is als volgt:

Lege darmen:
Om het onderzoek goed te kunnen uitvoeren, moet uw dikke darm helemaal leeg zijn.

Wij vragen u om 3 dagen voor het onderzoek geen grof volkorenbrood en fruit met pitjes (o.a. kiwi, druiven, aardbeien, noten, zaden) te eten.

Deze pitjes kunnen namelijk in uw darmen achter blijven en de coloscoop verstoppen.

Wat u NIET mag eten?:

  • Grof volkorenbrood, brood met pitjes/zaden, crackers of beschuit met pitten / zaden en muesli(repen).
  • Fruit met schil en/of pitjes zoals: kiwi, druiven, aardbeien, citrusvruchten, bramen, sinaasappel, grapefruit, mandarijn, gedroogd fruit en bessen.
  • Groenten: tomaten, peulvruchten, mais, salades, prei en ui.
  • Overige voedingsmiddelen zoals: bonen, linzen, quinoa, cruesli, pinda’s en noten.
  • Volkoren en meergranenpasta, zilvervliesrijst.

Wat u WEL mag eten:

  • Wit en lichtbruin brood.
  • Hagelslag, chocoladepasta, honing, stroop en jam zonder pitjes.
  • Fruit zonder schil en / of pitjes zoals appel, peer, banaan en meloen.
  • Gekookte groenten zoals: bloemkool, broccoli, wortelen en bieten.
  • Aardappelen, witte rijst en pasta.
  • Mager zacht vlees of vis zoals kipfilet of witvis.

Wanneer u reeds in het ziekenhuis bent opgenomen zal de verpleegkundige van de afdeling de voorbereiding begeleiden. Als u op de poli wordt behandeld heeft u een recept voor Moviprep (laxeermiddel) meegekregen. Als u deze folder via de post krijgt toegestuurd is het recept voor het laxeermiddel ingesloten. U kunt het laxeermiddel met het recept bij de apotheek ophalen.

LET OP: voor de tijden van inname van de Moviprep dient u zich te houden aan de instructies van deze folder en NIET aan de bijsluiter die u van de Apotheek heeft gekregen! 

Instructies voor het gebruik van Moviprep
Moviprep is een laxeermiddel dat ervoor zorgt dat de darmen leeg gespoeld worden. De darm is dan schoon voor het onderzoek.

Bereiding:
Op de voorgeschreven tijden doet u de inhoud van zakje A en zakje B in een kan en voegt u 1 liter kraanwater toe. U roert de oplossing tot het poeder geheel is opgelost. Dit kan 5 minuten duren. U kunt de Moviprep in de koelkast bewaren. Gekoeld smaakt de drank beter. Moviprep heeft een frisse limoen of sinaasappelsmaak. Door gebruik te maken van een rietje wordt de smaak minder geproefd.

Na verloop van tijd zult u misschien vrij plotseling en vaak naar het toilet moeten. U kunt daarom het beste in de buurt van een toilet blijven. 

Waarom is een schone darm zo belangrijk?
Het is belangrijk dat de darm goed schoon is zodat het slijmvlies grondig kan worden onderzocht en zelfs de kleinste afwijkingen in het weefsel worden gezien. Wanneer de dikke darm van binnen nog vies is, is het zicht in de darm slecht en dit bemoeilijkt het onderzoek. De arts kan dan beslissen om het hele onderzoek, na betere darmreiniging, opnieuw te doen.

Dieet en laxeermiddel - op de dag vóór het onderzoek:

U krijgt het onderzoek in de ochtend tussen 8.30 uur en 10.00 uur: 

  • U gebruikt een licht ontbijt.
  • Om ±13.00 uur neemt u de laatste licht verteerbare maaltijd.
  • U mag witbrood of beschuit gebruiken met mager beleg (rookvlees, 20+ of 30+ kaas, kipfilet, magere ham of vruchtenhagel) en/of een heldere bouillon.
  • Om 18:30 uur start u met de inname van de eerste liter Moviprep. Drink de vloeistof binnen 1 à 2 uur op. Drink bijvoorbeeld iedere 10 à 15 minuten een glas totdat de kan leeg is.

Daarna moet u minimaal 1 liter heldere vloeistof drinken. Heldere vloeistoffen zijn vloeistoffen waar u doorheen kunt kijken. Voorbeelden hiervan zijn water (met of zonder smaak), thee, heldere appelsap of dubbelfris en bouillon.

Let op: géén koffie en/of melkproducten!

U krijgt het onderzoek tussen 10.00 uur en 16.30 uur:

  • U gebruikt een licht ontbijt en lunch.
  • Om ±16.00 uur neemt u de laatste licht verteerbare maaltijd.
  • U mag witbrood of beschuit gebruiken met mager beleg (rookvlees, 20+ of 30+ kaas, kipfilet, magere ham of vruchtenhagel) en/of een heldere bouillon.
  • Om 18:30 uur start u met de inname van de eerste liter Moviprep. Drink de vloeistof binnen 1 à 2 uur op. Drink bijvoorbeeld iedere 10 à 15 minuten een glas totdat de kan leeg is.

Daarna moet u minimaal 1 liter heldere vloeistof drinken. Heldere vloeistoffen zijn vloeistoffen waar u doorheen kunt kijken. Voorbeelden hiervan zijn water (met of zonder smaak), thee, heldere appelsap of dubbelfris en bouillon.

Let op: géén koffie en/of melkproducten!

Dieet en laxeermiddel - op de dag van het onderzoek:

Op de dag van het onderzoek mag u niet meer eten en roken.

Krijgt u het onderzoek voor 10.00 uur dan:

  • Drinkt u tussen 04.30 - 06.30 uur de tweede liter Moviprep.
  • Daarna drinkt u 1 liter helder vloeibaar. Twee uur voor het onderzoek moet u alles op hebben gedronken.

Krijgt u het onderzoek tussen 10.00 uur en 13.00 uur dan:

  • Drinkt u tussen 06.00 - 08.00 uur de tweede liter Moviprep.
  • Daarna drinkt u 1 liter helder vloeibaar. Twee uur voor het onderzoek moet u alles op hebben gedronken.

Krijgt u het onderzoek tussen 13.00 uur en 16.30 uur dan:

  • Drinkt u Tussen 09.00 – 11.00 uur de tweede liter Moviprep.
  • Daarna drinkt u 1 liter helder vloeibaar. Twee uur voor het onderzoek moet u alles op hebben gedronken.

Let op: géén koffie en/of melkproducten!

Let op
De darmvoorbereiding is succesvol wanneer na het drinken van beide liters Moviprep de ontlasting zo helder is als urine, zonder veel vaste deeltjes. Stop dan ook pas met drinken van helder vloeistoffen wanneer dit het geval is.
Is dit niet het geval neem dan contact op met de functieafdeling waar het onderzoek plaats vindt.

De laatste 2 uur voor het onderzoek mag u niets meer drinken.

Tips bij het gebruik van moviprep

  • Drink Moviprep gekoeld
  • Drink Moviprep met een rietje zodat de vloeistof wat verder in de mond komt (en u minder proeft).
  • Gebruik suikervrije kauwgom tussendoor
  1. Open de verpakking van MOVIPREP® en open 1 plastic folie met
    sachet A en sachet B.
  2. Drink naast iedere liter MOVIPREP® ten minste een liter heldere vloeistof, zoals bijvoorbeeld water, heldere soep, vruchtensap zonder vruchtvlees, frisdranken of thee (zonder melk).
  3. Leeg zowel sachet A als sachet B in een lege kan en voeg 1 liter water toe.
  4. Herhaal stap 1 tot 5 voor de tweede liter MOVIPREP® oplossing. Gebruik hiervoor de tweede folie met sachet A en sachet B.
  5. Roer de oplossing tot het poeder gehele is opgelost. Dit kan 5 minuten duren.
  6. Giet de oplossing in een glas.

Heeft u Diabetes Mellitus (suikerziekte?)
Voor mensen met Diabetes Mellitus (suikerziekte) gelden extra maatregelen om ontregeling te voorkomen van de Diabetes Mellitus rondom het onderzoek.

In overleg met de MDL-verpleegkundige verwijzen wij u naar de folder ‘Diabetesregulatie rondom coloscopie’.

Bijwerkingen van moviprep
Misselijkheid, braken en een opgeblazen gevoel kunnen voorkomen bij het begin van de inname. Meestal verdwijnen deze bijwerkingen bij het doorzetten van de inname.

Medicijnen
Het is altijd verstandig om uw arts / verpleegkundige te vertellen welke medicijnen u gebruikt. Soms worden tijdens de coloscopie kleine ingrepen verricht, zoals het wegnemen van een poliep of een stukje weefsel voor een biopsie. Als u bloedverdunnende middelen gebruikt kan er een bloeding optreden.

Éen week voor de coloscopie dienen ijzertabletten gestaakt te worden.

Overleg vooraf met uw arts als u deze middelen gebruikt.

Pacemaker of inwendige defibrillator
Heeft u een pacemaker of een inwendige defibrillator, geef dit dan door aan uw behandelend arts. .

Coloscopie met of zonder ‘roesje’ (sedatie)
Een coloscopie kan met of zonder een ‘roesje’ worden uitgevoerd. Als u een roesje krijgt dient u zich 30 minuten voor aanvang van het onderzoek te melden op de functieafdeling. Bij een coloscopie met een ‘roesje’ worden via een infuus in uw hand, geneesmiddelen in de bloedbaan gebracht.  Hierdoor wordt het bewustzijn verlaagd en de pijn verminderd. U kunt zich hierdoor ontspannen. U blijft wel aanspreekbaar zodat u mee kunt werken aan het onderzoek.  Als u wakker wordt heeft u een knijpertje op uw vinger. Hiermee wordt het zuurstofgehalte in het bloed en de ademhaling in de gaten gehouden. Tot een uur na het onderzoek heeft u kans op een ‘zuustofdip’ omdat u oppervlakkiger ademhaalt. Wanneer uw zuurstofgehalte daalt, krijgt u zuurstof toegediend. Na een uur is de bijwerking niet meer van toepassing.

De arts spreekt van te voren met u af of u gebruik kunt maken van een ‘roesje’.

Zorg voor begeleiding naar huis
Als u een ‘roesje’ heeft gehad kunt u zich na het onderzoek suf en slaperig voelen. Ook zult u zich vaak niet meer herinneren wat er met u is besproken. U kunt daarom die dag niet deelnemen aan het verkeer. Regel daarom vooraf iemand die u na het onderzoek komt ophalen op de functieafdeling (route 9).

Het onderzoek

U wordt verzocht het onderlichaam te ontkleden en op uw linkerzij op de onderzoekstafel te gaan liggen. Via de anus wordt de coloscoop voorzichtig in de endeldarm gebracht en langzaam verder in de dikke darm geschoven. Omdat de dikke darm verschillende bochten heeft, wordt de buigzame coloscoop regelmatig kleine stukjes teruggetrokken voor hij weer verder wordt geschoven, meestal tot aan de dunne darm.

Soms is het nodig om een beter zicht op de darmwand of slijmvlies te krijgen. Dan wordt via de coloscoop lucht in de darm geblazen, die daardoor verder gaat openstaan. Door het invoeren van deze extra lucht kunt u darmkrampen krijgen en zult u winden moeten laten. Dat is heel normaal, dus schaamt u er zich niet voor. Houdt de winden vooral niet op want daardoor krijgt u alleen maar meer last van krampen.

Tijdens het onderzoek kan u worden gevraagd om op uw rug of andere zij te gaan liggen. Ook kan een assistent met de handen op uw buik druk gaan uitoefenen.
Als de coloscoop ver genoeg in de darm is ingebracht, wordt hij stukje bij beetje teruggehaald. Hierbij wordt de darmwand nauwkeurig bekeken. Als het onderzoek klaar is wordt de coloscoop weer verwijderd.

Extra ingrepen
Mocht de arts het nodig vinden, dan kan hij tijdens de coloscopie een stukje weefsel voor onderzoek wegnemen (biopsie). Ook kunnen kleine poliepen worden verwijderd of afwijkingen aan de darmwand worden weggebrand met behulp van elektrische stroom. Mocht dat nodig blijken, dan wordt er eerst een aardsticker op uw bovenbeen geplakt om een goede stroomgeleiding te krijgen. Stukjes weefsel of poliepen worden naar het laboratorium gestuurd voor nader onderzoek.

Hoe lang duurt het onderzoek?
De coloscopie zelf duurt 15 tot 30 minuten. Wanneer er extra ingrepen worden verricht, zoals het verwijderen van poliepen, duurt het onderzoek langer. Na afloop moet u natuurlijk ook even bijkomen. Hebt u een ‘roesje’ gekregen, dan zal dat wat langer duren.

Doet het onderzoek pijn?
Hebt u geen ‘roesje’ gekregen dan kan het inbrengen van een slang in de anus een vervelende gewaarwording zijn. Kunt u zich goed ontspannen, dan hoeft het geen pijn te doen, tenzij u pijnlijke afwijkingen aan de anus heeft, zoals kloofjes en scheurtjes. Het opvoeren van de slang kan pijnlijk zijn als bochten gepasseerd worden. De pijn wordt snel minder na passage van de bocht. Van eventuele kleine ingrepen voelt u verder niets.

Hebt u wel een ‘roesje’ gehad dan voelt u van het onderzoek bijna niets.

De uitslag van het onderzoek
De uitslag van het onderzoek krijgt u in principe te horen van uw behandelend specialist. Soms zal de arts die het onderzoek heeft verricht u alvast een voorlopige uitslag kunnen geven.

Na het onderzoek

Nazorg
Poliklinische patiënten blijven na het onderzoek ongeveer een half uur ter controle op de functieafdeling. Als u een “roesje” heeft gehad moet u gedurende  anderhalf tot twee uur ter controle op de functieafdeling blijven.

De uitslag
De uitslag van het onderzoek en van een eventueel weggenomen stukje weefsel krijgt u van uw behandelend arts te horen.

Wat kunt u verwachten na het onderzoek

  • De eerste tijd na het onderzoek kunt u darmkrampen hebben door ingeblazen lucht. Hoe sneller u die lucht kwijtraakt (door winden te laten), hoe eerder de pijn voorbij is. Eventueel kan een verpleegkundige een klein buisje via de anus inbrengen om de lucht makkelijker kwijt te raken.
  • Ook kunt u door het onderzoek tijdelijk een trage hartslag en de neiging tot flauwvallen hebben.
  • Het is raadzaam een inlegkruisje te dragen om eventueel vocht en slijmverlies na het onderzoek op te vangen, vooral als uw kringspier niet meer zo goed werkt. Neem extra ondergoed mee, voor eventuele ongelukjes.
  • Zijn er stukjes weefsel of poliepen weggenomen, dan kunt u de eerste tijd wat bloed verliezen via de anus. Dit is niet ernstig. Als de bloedingen heviger worden of bij heftige buikpijn die niet overgaat met windjes laten  moet u meteen de arts waarschuwen.

Doen zich geen bijzonderheden voor en bent u weer helemaal wakker, dan mag u wat eten en naar huis. Thuis mag u weer alles eten, wij adviseren om niet te vet te eten.

Complicaties

Een coloscopie is een veilige onderzoeksmethode. Complicaties treden zelden op. Als er poliepen worden verwijderd of andere handelingen zijn uitgevoerd, is de kans op complicaties groter.

Een enkele keer kan tijdens het onderzoek een scheurtje in de darmwand optreden. De kans hierop is groter als de darmwand ernstig is ontstoken of vernauwd; als er veel uitstulpingen zijn of als een poliep is verwijderd. Als dit gebeurt, krijgt u buikpijn en later koorts.

Het verwijderen van een poliep kan ook een bloeding tot gevolg hebben. Deze kan direct tijdens het onderzoek optreden, maar ook één tot veertien dagen erna.

Bij een klein aantal mensen lukt het niet om het begin van de dunne darm te bereiken en kan dus niet de hele darm worden onderzocht.

Treden binnen 72 uur complicaties op, neem dan contact op:

Tijdens kantooruren:

  • Functieafdeling - telefoon: 040 - 286 4833
  • Poli MDL - telefoon: 040 - 286 4892

Buiten kantooruren:

  • Spoedeisende hulp (SPO) - telefoon: 040 - 286 4834

Waar kunt u meer informatie vinden

Ter voorbereiding op de coloscopie kunt u ook nog onze voorlichtingsfilm bekijken op onze website:  www.annaziekenhuis/ klantenservice/voorlichting/voorlichtingsvideo-coloscopie.