Prenataal onderzoek

9474.jpg
St. Anna Logo

De meeste kinderen worden gezond geboren, maar een klein percentage van de kinderen heeft bij de geboorte een aangeboren aandoening. Door middel van onderzoek kan er worden nagegaan of er sprake is van een verhoogde kans op een dergelijke aandoening (prenatale screening) of kan een dergelijke aandoening worden opgespoord (prenatale diagnostiek).

Prenatale screening

Onder prenatale screening valt de NIPT (Niet Invasieve Prenatale Test) en de 13 en 20 wekenecho. Alle zwangere vrouwen kunnen gebruik maken van prenatale screening. Deze onderzoeken zijn zonder risico's voor de baby. Onderzoek naar aangeboren afwijkingen gebeurt op eigen verzoek en is niet verplicht.  

We bespreken (indien gewenst) de mogelijkheden van screening rond de 10 weken zwangerschap. We adviseren om voorafgaand aan het gesprek al informatie hierover te lezen. Dit helpt om gericht vragen te stellen en kan helpen bij eventuele keuzes. Voor meer informatie over prenatale screening verwijzen wij naar de volgende websites en folders:

Prenatale diagnostiek

Onder prenatale diagnostiek valt de vlokkentest (chorionvillusbiopsie) en de vruchtwaterpunctie (amnionpunctie). De vlokkentest en de vruchtwaterpunctie bieden vrijwel 100% zekerheid over de opgespoorde aangeboren chromosomale afwijkingen. Deze technieken zijn echter niet geheel zonder risico.

Is er een aanwijzing voor een afwijking uit de 13 en/of 20 weken echo? Dan kan er een GUO (geavanceerd ultrageluid onderzoek) aangeboden worden. Dit onderzoek lijkt op de 20 wekenecho maar duurt vaak langer. De apparatuur is nauwkeuriger dan die bij de 20 wekenecho. De gespecialiseerde echoscopist kan daardoor meer details van het kind zien.

Niet iedereen komt in aanmerking voor prenatale diagnostiek. U wordt hierover geïnformeerd wanneer uit de intake of prenatale screening blijkt dat er een verhoogd risico is op een aangeboren afwijking.

Goed om te weten
Stel uw vraagWij beantwoorden uw vraag binnen 2 werkdagen