Onderzoek van de blaas en urinewegen bij kinderen (mictiecystogram)

St. Anna Logo

Inleiding voor de ouders

Deze informatie is bedoeld om u en uw kind zo goed mogelijk te informeren en voor te bereiden op het MRI-onderzoek van uw kind.

De arts bespreekt de volgende zaken met u en, als het mogelijk is, ook met uw kind:
Waarom krijgt uw kind dit onderzoek?
Hoe doen we dit onderzoek?

Thuis stellen kinderen vaak meer vragen dan in het ziekenhuis. Daarom zou u ook thuis kunnen uitleggen wat er gaat gebeuren. Lees de folder eerst zelf. Zorg dat u goed weet wat er gaat gebeuren. U kunt de tekst daarna voorlezen of in uw eigen woorden navertellen. Of uw kind leest de tekst zelfstandig en daarna bespreekt u samen of alles duidelijk is.

Rechten en plichten ouders en kinderen

De wet schrijft voor dat een arts voor een behandeling of een onderzoek de toestemming van de ouders nodig heeft. Daaruit vloeit voort dat ouders recht hebben op alle informatie die nodig is om een weloverwogen beslissing te kunnen nemen. Gaat het om een kind van twaalf jaar of ouder dan is behalve de toestemming van de ouders ook die van het kind vereist. Meer informatie kunt u vinden op onze website: https://www.st-anna.nl/rechten-plichten/rechten-ouders-en-kinderen/

Mictiecystogram

Wat is een mictiecystogram
Het woord mictiecystogram bestaat uit drie delen:

  • mictie = het stromen van urine (plas)
  • cysto = blaas
  • gram = zichtbaar maken.

Bij een mictiecystogram maken we een aantal röntgenfoto’s van je blaas en van je urinewegen.

Duur van het onderzoek
Het onderzoek duurt ongeveer 30 minuten.

Voorbereiding
Je mag gewoon eten en drinken voor het onderzoek.

Kleding
Je hoeft geen speciale kleren aan te doen.

Op de afdeling kindergeneeskunde
Voor je het onderzoek krijgt ga je eerst naar de afdeling kindergeneeskunde, route 71. Je krijgt daar een plastic slangetje (katheter) in je plasbuis. Dit is nodig om je blaas te kunnen vullen met een speciale vloeistof (contrastmiddel). Hiervoor moet je jouw onderbroek uit doen. De dokter of verpleegkundige maakt je plasgaatje schoon met steriel water. Het voelt een beetje koud aan. Als meisje moet je hiervoor je benen uit elkaar doen en je knieën buigen en die iets naar buiten laten vallen. Voorzichtig wordt de katheter door je plasgaatje naar binnen geschoven. Er zijn verschillende soorten katheters en we kiezen het slangetje dat het beste bij jouw lichaam past. Op de katheter zit wat glijmiddel. Toch kan het pijnlijk zijn als de katheter naar binnen schuift, zeker als je gespannen bent. Het helpt als je rustig ademhaalt en je buik en benen zo slap mogelijk houdt. Kijk ook bij de tips.
We proberen altijd wat urine op te vangen om extra te controleren of je plasje schoon is. Dit wil zeggen, dat we kijken of er geen infectie in je blaas zit.

Op de afdeling radiologie
Nadat je de katheter hebt gekregen, word je in een rolstoel naar de afdeling radiologie gebracht. In de onderzoekkamer ga je op de onderzoektafel liggen waar een röntgenbuis boven hangt. Er mag een persoon bij je blijven tijdens het onderzoek, bijvoorbeeld je vader of moeder.

Een radioloog (dokter) en een laborant (assistent) doen samen het onderzoek. De katheter wordt aangesloten op een fles met contrastvloeistof. De vloeistof stroomt vanzelf door de katheter je blaas in. Op een monitor ziet de dokter, hoe je blaas langzaam vol loopt. Je krijgt hetzelfde gevoel als wanneer je moet plassen.
De dokter maakt een aantal röntgenfoto's:

  • tijdens het vullen van je blaas;
  • tijdens het plassen, dus bij het legen van je blaas.

Daarna wordt de katheter weer uit je plasgaatje gehaald. Dit geeft een kriebelend gevoel. Het is minder vervelend dan het inbrengen van de katheter.
Nu moet je alle contrastvloeistof die in je blaas zit weer uitplassen. Dat voelt als gewoon plassen. Je mag daarbij staan. Grotere jongens krijgen hiervoor een fles. Grotere meisjes een opvangbakje. Als je het prettig vindt, mag je een handdoek voor je houden terwijl je plast. Dan voel jij je misschien minder bloot.

Tijdens het plassen worden ook röntgenfoto's gemaakt van je blaas en urinewegen. Als er voldoende foto’s zijn en je blaas is leeg, dan is het onderzoek klaar.

Baby’s en jonge kinderen plassen op een onderlegger die op de onderzoektafel ligt.

Wat gebeurt er na het onderzoek
Je kleedt je weer aan en je kunt direct naar huis of naar de afdeling kindergeneeskunde terug. Je mag alles doen wat je ook voor het onderzoek mocht. Je krijgt een recept mee voor een medicijn, antibiotica. Dit moet je een aantal dagen na het onderzoek slikken. De antibiotica zorgt ervoor dat je geen blaasontsteking krijgt.

Waar kun je na het onderzoek last van hebben
Na een mictiecystogram kan het plassen een beetje gevoelig zijn door het slangetje wat in je plasgaatje heeft gezeten. Dit gaat vanzelf weer over.

Wanneer krijg je de uitslag
De uitslag krijg je tijdens de volgende afspraak van de dokter die het onderzoek heeft aangevraagd. De dokter bespreekt dan met jou en je ouders wat er op het mictiecystogram te zien is.

Wat helpt
Neem iemand mee naar het onderzoek. Hij of zij kan je helpen als je bang bent of pijn hebt. Hieronder staan meer tips.

  • Probeer van tevoren zoveel mogelijk te ontspannen. Doe samen een ontspanningsoefening. Bijvoorbeeld afwisselend spieren aanspannen en ontspannen.
  • Rustig ademhalen kan helpen als je bang bent of pijn hebt. Diep inademen door je neus, tot drie tellen en weer uitblazen.
  • Houd je buik en je benen zo slap mogelijk als de katheter naar binnen wordt geschoven. Dan is het minder pijnlijk.
  • Neem een knuffel of voorleesboek mee om je af te leiden tijdens het onderzoek.
  • Bedenk met je ouders een verhaal of maak vakantieplannen. Of doe je ogen dicht en probeer aan iets leuks te denken.
  • Heb je ergens last van of lig je niet goed? Vertel dit dan altijd. Dan kijken we wat we daar aan kunnen doen.
  • Als je iets niet snapt, mag je het altijd vragen.

Voor ouders: voorbereiding en begeleiding

Hoe kunt u uw kind voorbereiden?
Hieronder staan algemene adviezen. U kunt zelf het beste inschatten wat bij uw kind past.

  • Kies een rustig moment voor de voorbereiding. Zorg dat er tijd is voor uw kind om vragen te stellen.
  • Begin bij jonge kinderen niet te vroeg met voorbereiden. Een paar dagen van tevoren is meestal vroeg genoeg. Herhaling is belangrijk. Bij oudere kinderen kunt u wat eerder beginnen.
  • Laat uw kind de informatie navertellen aan uzelf of aan anderen. Zo merkt u of alles begrepen is.
  • Vraag hoe uw kind tegen het onderzoek aan kijkt en hoe het zich voelt. Uw kind kan bang zijn of pijn hebben.
  • Betrek de andere kinderen van het gezin in de voorbereiding. Dan weten zij ook wat er met hun broertje of zusje gaat gebeuren.

Wat vertelt u en hoe

  • Kies woorden die uw kind begrijpt, vertel zo eenvoudig mogelijk.
  • Vraag wat uw kind weet over het onderzoek.
  • Geef bij jonge kinderen niet alle informatie tegelijk.
  • Leg geen nadruk op nare dingen, maar vertel er wel eerlijk over.
  • Vertel alleen over wat uw kind bewust meemaakt tijdens het onderzoek.

Hoe kunt u uw kind begeleiden
Ga met uw kind mee naar het onderzoek of vraag een andere vertrouwde persoon om dit te doen. Uw aanwezigheid geeft steun en veiligheid. U kunt voor afleiding zorgen. Neem lievelingsspeelgoed, een knuffel en/of een voorleesboek mee.
Stel gerust vragen als u of uw kind iets niet begrijpt.

Wat helpt ouders

  • Blijf tijdens het onderzoek zo rustig mogelijk. Dat maakt uw kind rustiger.
  • Richt uw aandacht op het kind. Zorg dat uw kind er ook bij betrokken blijft als u met de dokter of verpleegkundige praat.
  • Een goede voorbereiding zorgt voor minder spanning en onverwachte situaties.
  • Wanneer u denkt dat uw kind angstig is of behoefte heeft aan extra uitleg voor het onderzoek, geef dit dan aan bij de kinderarts.

Heel veel succes met de voorbereiding en het onderzoek!

Wil je meer weten

Wil je meer weten, kijk dan op:

Deze video wordt getoond na het accepteren van cookies