Nucleair onderzoek van de nieren bij kinderen (renografie)

St. Anna Logo

Inleiding voor de ouders

Deze informatie is bedoeld om u en uw kind zo goed mogelijk te informeren en voor te bereiden op het MRI-onderzoek van uw kind.

De arts bespreekt de volgende zaken met u en, als het mogelijk is, ook met uw kind:

  • Waarom krijgt uw kind dit onderzoek?
  • Hoe doen we dit onderzoek?

Thuis stellen kinderen vaak meer vragen dan in het ziekenhuis. Daarom zou u ook thuis kunnen uitleggen wat er gaat gebeuren. Lees de informatie eerst zelf. Zorg dat u goed weet wat er gaat gebeuren. U kunt de tekst daarna voorlezen of in uw eigen woorden navertellen. Of uw kind leest de tekst zelfstandig en daarna bespreekt u samen of alles duidelijk is.

 

Rechten en plichten ouders en kinderen

De wet schrijft voor dat een arts voor een behandeling of een onderzoek de toestemming van de ouders nodig heeft. Daaruit vloeit voort dat ouders recht hebben op alle informatie die nodig is om een weloverwogen beslissing te kunnen nemen. Gaat het om een kind van twaalf jaar of ouder dan is behalve de toestemming van de ouders ook die van het kind vereist.

Meer informatie kunt u vinden op onze website op de pagina Rechten en plichten ouders en kinderen bij ziekenhuisopname.

 

Een renografie

Wat is een renografie
Een renografie is een onderzoek om de filterfunctie van je nieren (denk maar aan een zeef) zichtbaar te maken. Hierbij krijg je een zeer kleine hoeveelheid radioactieve stof via een bloedvat (ader) toegediend. De nieren nemen dit op en scheiden het later weer uit. Direct nadat de radioactieve stof ingespoten is, wordt er een serie afbeeldingen gemaakt van je nieren. Dit duurt ongeveer 30 minuten. Hiervoor moet je stil blijven liggen. Dat is niet leuk, maar het doet geen pijn.

Voorbereiding
Je mag gewoon eten en drinken voor het onderzoek.

Kleding
Je mag je eigen kleren aanhouden tijdens het onderzoek, maar je mag geen metalen voorwerpen, zoals sieraden, metalen knopen of een gesp aan hebben.

Op de afdeling kindergeneeskunde
Voor je het onderzoek krijgt, ga je eerst naar de afdeling kindergeneeskunde, route 71. Je krijgt daar een prik in je hand of arm. Een prik kan pijn doen. Daarom kun je een pleister met zalf (Emla-zalf) krijgen op de plek waar geprikt gaat worden. Deze zalf verdooft de huid, zodat je de prik minder voelt. Deze pleister moet een half uur van te voren op de prikplaats geplakt worden. Na die prik blijft een dun plastic buisje in je ader zitten. Dit is een infuus. Een infuus is nodig om je de radioactieve stof te geven.

Op de afdeling radiologie
Nadat je het infuus hebt gekregen, word je in een rolstoel naar de afdeling radiologie gebracht, route 22, in het souterrain (kelder).
In de onderzoekkamer ga je op de onderzoektafel liggen (zie foto). Het apparaat hangt boven je, maar komt niet tegen je aan.

Een van je ouders mag bij je blijven tijdens het onderzoek. Via het infuus wordt eerst een plasmiddel (lasix) ingespoten en daarna een kleine hoeveelheid radioactieve vloeistof. Deze stoffen komen via het bloed in je nieren terecht. Hier merk je niets van.

Het is erg belangrijk, dat je tijdens het onderzoek zo stil mogelijk blijft liggen. Als je beweegt, kunnen de foto’s mislukken. Heel kleine kinderen mogen op een speciale matras liggen dat vacuüm gezogen wordt. Zo ligt het kindje gefixeerd. De meeste kinderen vinden dit niet vervelend.

Wat gebeurt er na het onderzoek
Je gaat terug naar de afdeling kindergeneeskunde. Hier wordt het infuus verwijderd.

Wat helpt
Neem iemand mee naar het onderzoek. Hij of zij kan je helpen als je bang bent of pijn hebt. Hieronder staan meer tips.

  • Probeer van tevoren zoveel mogelijk te ontspannen. Doe samen een ontspanningsoefening. Bijvoorbeeld afwisselend spieren aanspannen en ontspannen.
  • Rustig ademhalen kan helpen als je bang bent of pijn hebt. Diep inademen door je neus, tot drie tellen en weer uitblazen.
  • Neem een knuffel of voorleesboek mee om je af te leiden tijdens het onderzoek.
  • Bedenk met je ouders een verhaal of maak vakantieplannen. Of doe je ogen dicht en probeer aan iets leuks te denken.
  • Heb je ergens last van of lig je niet goed? Vertel dit dan altijd. Dan kijken we wat we daar aan kunnen doen.
  • Als je iets niet snapt, mag je het altijd vragen

Voor ouders: voorbereiding en begeleiding

Hoe kunt u uw kind voorbereiden
Hieronder staan algemene adviezen. U kunt zelf inschatten wat bij uw kind past.

  • Kies een rustig moment voor de voorbereiding. Zorg dat er tijd is voor uw kind om vragen te stellen.
  • Begin bij jonge kinderen niet te vroeg met voorbereiden. Een paar dagen van tevoren is meestal vroeg genoeg. Herhaling is belangrijk. Bij oudere kinderen kunt u wat eerder beginnen.
  • Laat uw kind de informatie navertellen aan uzelf of aan anderen. Zo merkt u of alles begrepen is.
  • Vraag hoe uw kind tegen het onderzoek aan kijkt en hoe het zich voelt. Uw kind kan bang zijn of pijn hebben.
  • Betrek de andere kinderen van het gezin in de voorbereiding. Dan weten zij ook wat er met hun broertje of zusje gaat gebeuren.

Wat vertelt u en hoe

  • Kies woorden die uw kind begrijpt, vertel zo eenvoudig mogelijk.
  • Vraag wat uw kind weet over het onderzoek.
  • Geef bij jonge kinderen niet alle informatie tegelijk.
  • Leg geen nadruk op nare dingen, maar vertel er wel eerlijk over.
  • Vertel alleen over wat uw kind bewust meemaakt tijdens het onderzoek.

Hoe kunt u uw kind begeleiden
Ga met uw kind mee naar het onderzoek. Of vraag een andere vertrouwde persoon om dit te doen. Uw aanwezigheid geeft steun en veiligheid. U kunt voor afleiding zorgen. Neem lievelingsspeelgoed, een knuffel en/of een voorleesboek mee.

Stel gerust vragen als u of uw kind iets niet begrijpt.

Wat helpt ouders

  • Blijf tijdens het onderzoek zo rustig mogelijk. Dat maakt uw kind rustiger.
  • Richt uw aandacht op het kind. Zorg dat uw kind er ook bij betrokken blijft als u met de dokter of verpleegkundige praat.
  • Een goede voorbereiding zorgt voor minder spanning en onverwachte situaties.
  • Wanneer u denkt dat uw kind angstig is of behoefte heeft aan extra uitleg voor het onderzoek, geef dit dan aan bij de kinderarts.

Heel veel succes met de voorbereiding en het onderzoek.

Wil je meer weten?

Wil je meer weten, kijk dan op: