Bijschildklierscintigrafie

St. Anna Logo

Het is belangrijk dat u deze folder aandachtig doorleest. Hierdoor kunt u zich goed op het onderzoek voorbereiden. Goede voorbereiding draagt bij aan het uiteindelijke resultaat van het onderzoek.

Wat is een bijschildklierscintigrafie

Een bijschildklierscintigrafie is een nucleair geneeskundig onderzoek waarbij de bijschildklieren opgespoord kunnen worden, vooral als deze op een afwijkende plaats liggen of wanneer deze te hard werken. Het onderzoek wordt uitgevoerd met een radioactieve stof.
Deze radioactieve stof wordt in een bloedvat in de arm gespoten. Via het bloed komt deze stof in de bijschildklieren terecht.
Het totale onderzoek duurt tussen de 3 en 4,5 uur (inclusief wachttijd).

Deze folder beschrijft de gang van zaken bij het onderzoek. Dat wil zeggen dat het onderzoek is beschreven zoals het meestal verloopt. Het kan zijn dat de radioloog een andere methode kiest, die beter aansluit bij uw situatie. Het is niet mogelijk in deze folder alle mogelijkheden te vermelden.

Waar vindt het onderzoek plaats

Het onderzoek vindt plaats op de afdeling radiologie. Deze afdeling bevindt zich in het souterrain, route 22. Voor het onderzoek meldt u zich bij de balie van de afdeling radiologie.

Wat te doen in geval van ziekte of verhindering

Als u door ziekte of om andere redenen verhinderd bent uw afspraak na te komen, vragen wij u zo snel mogelijk contact op te nemen met de afdeling radiologie.

Wat is belangrijk te weten voor het onderzoek

Medicijnen
Voor het innemen van medicijnen zie ‘Voorbereiden’.

Melden
Als u (mogelijk) zwanger bent, neem dan contact op met de afdeling
radiologie. Als u borstvoeding geeft, moet dit meestal korte tijd
onderbroken worden. Hoe lang die onderbreking duurt, is afhankelijk van
het soort onderzoek. Hiervoor vragen wij u contact op te nemen met de
afdeling radiologie.

Kleding
Metalen voorwerpen kunnen de opnamen storen, daarom is het aan te
bevelen geen kleding met ritssluitingen en/of knopen te dragen. Mocht u
onverhoopt toch kleding dragen met metaal, dan moet u deze uittrekken
voor het onderzoek. Wij raden u aan uw sieraden thuis te laten.

Voorbereiden
Voor dit onderzoek hoeft u niet nuchter te zijn. U kunt dus gewoon eten en
drinken.

Als u de laatste twee maanden een onderzoek heeft ondergaan waarbij
een contrastmiddel ingespoten is (bijv. voor een CT-scan of Angiografie)
dan vragen wij u om contact op te nemen met de afdeling radiologie om
uw bijschildklierscintigrafie naar een latere datum te verzetten.

Het gebruik van bepaalde medicijnen kan invloed hebben op het
onderzoek. Het is noodzakelijk dat u, vóór het onderzoek, tijdelijk stop met
deze medicijnen. Neem hiervoor contact op met uw behandelend arts.

Op de volgende pagina ziet u een overzicht van medicijnen die gestopt
moeten worden.

Medicijnen voor de schildklier Hoe lang van te voren
stoppen
Thiamazol (Strumazol) 3 dagen
Carbimazol 3 dagen
Thyroxine (Thyrax, Eltroxin) 3 weken
PTU (Propylthiouracil) 3 dagen
Cynomel/Cytomel 2 weken
Kaliumjodide (Jodiumdruppels) 3 weken
Perchloraat 3 dagen

 

Calciumantagonisten/calcium-blokkers Hoe lang van te voren
stoppen
Amlodipine (Norvasc) 10 dagen
Barnidipine (Cyress) 5 dagen
Felodipine (Plendil) 5 dagen
Isradipine (Lomir) 2 dagen
Lercanidipine (Lerdip) 2 dagen
Nicardipine (Cardene) 3 dagen
Nifedipine capsule 24 uur
Nifedipine tablet Retard, Oros 2 dagen
Diltiazem (Tildiem/ Surazem) 24 uur

Verapamil (Isoptin)

24 uur

 

Vitamine D Hoe lang van te voren
stoppen
Colecalciferol 1 week
Dihydrotachysterol (Dihydral) 1 week
Alfacalcidol (Etalpha) 1 week
Alfacalcidol (Etalpha) 1 week

 

Overige medicatie Hoe lang van te voren stoppen
Lugol (Jodiumdrank) 4 weken
Botregulatoren (Fosamax, Cacit) 1 week
Calciumhoudend (Calci-chew) 1 week
Calcimimetica (Cinacalcet/ Mimpara) 2 weken

Na afloop van het onderzoek mag u uw medicijnen weer innemen.

Hoe verloopt het onderzoek

Via een injectie in de arm wordt er een radioactieve stof ingespoten, die wordt opgenomen door de (bij)schildklier(en).

Voor het maken van de opnamen komt u op een onderzoekstafel te liggen waarna de zogenaamde gammacamera boven u zal hangen. De radioactieve stof zendt straling uit, die met behulp van de gammacamera gemeten kan worden.
Gedurende het onderzoek is het van belang dat u stil blijft liggen. Voor de opnamen wordt het hoofd zoveel mogelijk gefixeerd zodat de beweging beperkt wordt. Er worden 3 momenten opnamen gemaakt. Bij de eerste opname worden er gedurende 30 minuten scans gemaakt van de halsregio.

Ongeveer een half uur later wordt de tweede opname van 15 minuten gemaakt, waarbij de camera om uw hoofd heen draait.
Een uur later volgt de laatste opname van 10 minuten.

Tussen de verschillende opnamemomenten mag u de onderzoeksruimte verlaten.

Na de laatste opname bepaalt de radioloog, naar aanleiding van de beelden of er op een andere dag ook een opname van de schildklier gemaakt moet worden. U heeft hiervoor al een afspraak gekregen.

Voor dit vervolgonderzoek wordt dan nogmaals bij u een radioactieve stof ingespoten. Deze stof wordt na 15 minuten opgenomen door de schildklier. Gedurende deze tijd mag u plaatsnemen in de wachtkamer, voordat de opname gemaakt wordt. Dit onderzoek duurt 30 minuten (inclusief wachttijd). Als het vervolgonderzoek niet door hoeft te gaan, wordt dit voor u geannuleerd.

Duur van het onderzoek
In totaal bent u ongeveer 3 uur op de afdeling.

De uitslag

Een radioloog beoordeelt het onderzoek en maakt hiervan een schriftelijk verslag. U kunt bij uw behandelend specialist terecht voor de uitslag.

Bijwerkingen en complicaties

De hoeveelheid radioactieve stof die u krijgt toegediend bij een nucleair onderzoek is erg klein. De hoeveelheid straling waaraan u wordt blootgesteld is vergelijkbaar met die van het maken van een röntgenopname. U zult hiervan geen meetbaar nadelig effect ondervinden. Van de ingespoten stof merkt u niets. Na enkele dagen zijn alle radioactieve stoffen uit uw lichaam verdwenen. U vormt geen stralingsgevaar voor u en uw omgeving gedurende de tijd dat deze stoffen in uw lichaam zitten. Allergische reacties komen uiterst zelden voor, en dan alleen in lichte mate. Er bestaat een kleine kans op een bloeduitstorting door het aanprikken van een bloedvat. Deze verdwijnt na enkele dagen vanzelf.