Liggingsafwijking

Lotgenotencontact
St. Anna Logo

Tijdens uw zwangerschap verandert uw kindje regelmatig van positie. Vanaf ongeveer 36 weken, zo’n 4 weken voor de bevalling, neemt uw kindje een vaste positie aan. Meestal is dit de achterhoofdsligging: de baby ligt met het achterhoofd tegen de baarmoederhals aan, zodat het achterhoofdje als eerste naar buiten komt. Het kan zijn dat uw kindje een andere ligging heeft in uw baarmoeder. Dit wordt een liggingsafwijking genoemd. Er zijn meerdere manieren waarop een baby in de baarmoeder kan zitten. Een aantal voorkomende liggingsafwijkingen is:

  • Stuitligging: in dit geval ligt niet het hoofd beneden, maar het stuitje.
  • Dwarsligging: in dit geval ligt uw kindje van links naar rechts in de baarmoeder.
  • Aangezichtsligging: in dit geval ligt uw baby met het gezicht in plaats van het achterhoofd naar de baarmoederhals.
  • Voorhoofdsligging: in dit geval ligt uw baby met het voorhoofd in plaats van het achterhoofd naar de baarmoederhals. 

 

Behandeling van een liggingsafwijking in het Anna Ziekenhuis

Als uw kindje een afwijkende ligging heeft, kunt u bij het Anna Ziekenhuis terecht voor een onderzoek. De gynaecoloog voert een echo uit om te kijken of hoe uw kindje precies ligt, hoe zwaar uw kindje is en of uw kindje een afwijking heeft. Aan de hand van de uitslag wordt bepaald of het kindje gedraaid moet worden, op een natuurlijke manier geboren kan worden of dat een keizersnede nodig is.

Behandelingen en onderzoeken bij liggingsafwijking